Select Page
Geen kijkcijferhit

Geen kijkcijferhit

Nu we onze plannen zo her en der bekendmaken reageren veel mensen met de opmerking “Oh, dan komen jullie zeker ook in “Ik Vertrek!” Daarop roep ik steevast dat wij waarschijnlijk niet interessant genoeg zijn, want we zijn prima voorbereid, we spreken de taal en bovendien gaan we geen bouwval kopen. Leed wil men zien in “Ik Vertrek”. Leed van niet te halen deadlines, van gasten die al op de stoep staan als de wc’s nog niet eens zijn geïnstalleerd, van lekkages, bureaucratie, echtelijke ruzie’s en bange kinderen, hoewel ik dat laatste altijd echt zielig vind. Een aflevering zonder leed is geen kijkcijferhit. En als het leed niet direct te vinden is dan wordt het wel gefingeerd in de montage en de voice-over. Maar wij gaan er dus van uit dat alles van een leien dakje gaat als wij vertrekken.

Wellicht vertoont het huis dat we kopen toch boktorren, kapotte septic tanks en verrotte fundering, of is de aanleg van een zwembad helemaal niet in een handomdraai klaar. Maar vooralsnog zie ik daar geen beren op de weg.

Wellicht dat er ergernis ontstaat doordat je in Frankrijk niet alles online kunt regelen en men zich minder goed aan afspraken schijnt te houden. Geduld heb ik niet, inefficiëntie irriteert ons mateloos, en onbetrouwbaarheid trekken we erg slecht. Maar we worden daar waarschijnlijk zo ontspannen dat niks ons meer deert.

Wellicht wordt onze table d’hôtes wel een désastre, want we kunnen allebei best eten klaarmaken, maar van gastronomie is weinig sprake en koken voor groepen, daar hebben we helemaal geen ervaring mee. Maar à la, aan een BBQ kun je weinig verpesten en is wel zo gezellig toch?

Wellicht dat we gierende ruzies krijgen omdat we niet gewend zijn elke dag op elkaars lip te zitten. En omdat Theo denkt dat dit leuk werk is, maar dat bedden en kamers verschonen niet zo super interessant is. En dat ik gestresst ben omdat mijn B&B’tje hier een leuke bijverdienste is, maar daar ineens het hoofdinkomen moet genereren. Maar ik denk dat we ons wel zullen inhouden als er camera’s draaien.

Waar ik banger voor ben is het onderhoud van drie hectare grond. Zonder tractor met maaier ben je goed de klos en onze kennis van tuinonderhoud is in feite nihil. We doen maar wat en meestal te laat. Er is bij ons eigenlijk geen sprake van onderhoud. Het is meer in paniek de boel proberen in te tomen. Ons huis hier vinden we perfect omdat we een prachtig en ver groen uitzicht hebben, maar de tuin is in verhouding niet zo groot. Toch kost het ons nu al heel veel moeite en ergernis om de boel een beetje toonbaar te krijgen. Willen we eindelijk eens een keer aan de waterkant van de zon genieten, dan valt ons oog op hele strengen onkruid die zich door de hortensia’s gekronkeld hebben. Onkruid, ik word daar doodmoe van. Tevens van bladluizen die in de heg nestelen zodra er blaadjes in komen, schimmels die zich in de buxus vreten, slakken die planten kaal knagen, pruimenbomen die geen pruimen leveren, kersenbomen waarin ik te laat, en dus slechts verpieterde, kersen ontdek en ga zo maar door. Ik dacht altijd dat planten alleen water en zon nodig hadden, maar een flinke dosis chemicaliën is ook best nuttig. En snoeien! Dat moet ook! En elke plant moet op een andere manier gesnoeid anders gaat alles mis. Anders wordt -ie onvruchtbaar, of ziek, of lelijk of zoiets. Kortom, een tuin dwingt je tot actie, actie met grote regelmaat.

Het kan dus zijn dat de redactie van “Ik Vertrek” hilarische taferelen verwacht in ons Franse oerwoud, waar Theo een stroeve maaitractor in een greppel parkeert en waar ik zonder enig systeem noch kennis van zaken een moestuin probeer aan te leggen. Maar ik denk persoonlijk dat het te weinig spektakel oplevert. Te weinig leed vooral. Luxeproblemen, dat wel, maar die zijn saai, zeker geen kijkcijferhit.

PS: Zoiets als dit wordt het denk ik, Koefnoen: https://youtu.be/Da9Qa-LnAAA

Follow

Met hoogtevrees de lucht in

Met hoogtevrees de lucht in

In dit gezin zijn twee mannen die nodig om de zoveel tijd de lucht in moeten. Ze doen namelijk aan paragliden. Dat is mijn man en zoon nummer twee. De eerste had vroeger eigenlijk piloot willen worden, kreeg daarna zin in parachutespringen, maar omdat ik dat nadrukkelijk verbood bedacht hij iets “veiligers”: paragliden. Zoon twee had ooit op skivakantie een duovlucht gemaakt en was daarna totaal begeesterd. Hij wachtte geduldig tot hij de toegestane leeftijd van 14 jaar had en toen mocht hij naar Frankrijk voor zijn eerste lessen. Dan denk je dat zo’n kind een week lang op een hellinkje oefent, maar nee, na een middag klooien met het scherm rennen ze een berg af en hangen ze meteen tientallen meters boven de grond.

Ik zelf hou liever beide benen op aarde. Van duiken krijg ik het Spaans benauwd en ik krijg weke benen als ik op grote hoogte sta. In films hebben ze tegenwoordig ook leuke shots van mensen die in ravijnen kieperen of uit flatgebouwen springen waar de camera dan overheen zwiept. Dat gevoel dat ik dan in mijn benen krijg is niet te omschrijven. En dan zit ik gewoon op de bank, he. Ik riep dus ook stellig dat ik nooit, never aan een parachute zou gaan hangen.

We gingen echter weer de Alpen in voor een ‘vliegvakantie’. Ik stelde me in op een week wandelen met de honden, maar zoon twee stond er op dat ik ook een keer de lucht in zou gaan. En ineens vond ik dat ik dat moest doen. Had ik per slot van rekening niet een daredevil moeder gehad? Eentje die op haar vijftigste een bungee-jump in de diepste canyon van Nieuw Zeeland waagde? Omdat ze wilde weten hoe het voelt als je denkt dat je te pletter slaat? Een vrouw die haar vliegbrevet haalde en tijdens een internationaal proef vluchtje op de gletsjer van de Matterhorn landde, onbedoeld uiteraard maar zonder een schrammetje? En dan piep ik omdat iemand mij vraagt, notabene met een instructeur, aan een scherm te hangen? Zijn de dingen waar je eigenlijk een beetje bang voor bent niet juist te gek om te ervaren?

Dus ik ging mee de berg op. Met een rare kriebel in mijn buik. De hele groep paragliders die mee was startte eerst. En dat zag er eigenlijk helemaal niet zo griezelig uit. Je valt namelijk niet, je rent vooruit op een vlak stuk berg en je wordt al rennend door de wind opgetild. Ik werd in mijn tuigje gehesen en aan de instructeur vast gehaakt en toen moest ik ook rennen. Tot mijn voeten de grond niet meer raakten. Ik hing! Ik vloog! Toen de berg ook onder mij verdween en de grond ineens honderden meters lager was schrok ik wel even, maar weke benen kreeg ik er niet van. Het idee dat ik slechts aan een paar touwtjes en een lapje stof hing moest ik wel van me afzetten. Ik heb gretig om me heen gekeken naar het prachtige landschap en de lapjes grond, herkenningspunten gezocht, me verwonderd en genoten. Het duurde eigenlijk veel te kort. Binnen tien minuten stonden we weer op de grond.

Nu weet ik dus hoe het voelt, vliegen als een vogel. Nu snap ik ook wel waarom man en zoon dit zo leuk vinden. Maar zelf zo’n scherm besturen en steeds van een andere berg af in andere weersomstandigheden, van nog grotere hoogten en boven de zee? Neuh, laat maar, dit was genoeg. I did it en daar ben ik al best trots op.

Follow my blog with Bloglovin

Follow

De Vecht

De Vecht

Locatie, locatie, locatie, daar gaat het vooral om als je een B&B begint. Maar dat was voor ons niet de eerste reden om hier te gaan wonen. We wilden vooral dicht bij Utrecht blijven en toch de stad uit. Dat we hier op een B&B toplocatie zitten, bleek pas later.

Oud-Zuilen alleen al is een bezoek waard: het Slot Zuylen, de landerijen eromheen, de mooie huizen, het bruggetje over de Vecht. Er is geen winkel, geen markt, geen vertier, maar het is puur en Oud Hollandsch zoals je dat nog op koektrommels getekend ziet. Op mooie dagen komen er veel toeristen langs gefietst. De laatste jaren parkeert hier zelfs weleens een heuse touringcar voor een dagtripje.

Dat ons huis ook nog pal aan de Vecht ligt geeft veel meerwaarde. Vanaf bijna alle kamers kijken we uit over het water. In het vaarseizoen gaat de brug naast ons huis elk kwartier open voor de grotere boten. Sloepen, die je hier vooral ziet, kunnen gewoon onder de brug door varen. Als wij met ons bootje stroomafwaarts varen, dan kunnen we uren genieten in de Vechtstreek. Er zijn in de Gouden Eeuw van Maarssen tot Vreeland enorme huizen gebouwd door rijke Amsterdammers, compleet met theehuizen langs de oever voor het betere flaneerwerk. Voor serieuze watersport kunnen we een doorsteek maken naar de Loosdrechtse Plassen via de Mijndense Sluis. En als we meer dagen de tijd hebben kunnen we helemaal naar Amsterdam via de Vinkeveense Plassen.

Gaan wij stroomopwaarts dan komen we al gauw bij de Weerdsluis en kunnen we een mooie ronde varen door de oude binnenstad van Utrecht: via de Oudegracht, langs de terrassen aan de werfkelders en over de singel weer terug. Het zijn twee totaal verschillende tochten waarbij we de keuze meestal laten afhangen van het weer: is het echt warm en zonnig dan gaan we de Vecht op. Bij iets minder weer doen we de stad. Daar is meer gelegenheid om te schuilen en er is meer beschutting tegen de wind. Maar we zijn ook weleens met de boot de stad in gegaan voor boodschappen, en natuurlijk voor de Grand Départ van de Tour de France vorig jaar.

Nu is het vaarseizoen bijna voorbij en dan is de rust wedergekeerd langs de Vecht. Toeristen komen nu niet veel meer, maar wel zakelijke gasten. Juist omdat het hier zoveel rustiger is dan in de stad en je hier nog redelijk en gratis je auto kwijt kunt. Kortom: Oud-Zuilen aan de Vecht is een toplocatie.
Meer info over de Vechtstreek: Zicht op de Vechtstreek

Follow

All You Need is Love!

All You Need is Love!

De Facebook Valentijnsactie is nog niet ten einde, maar ik zit nu al vol inspiratie voor een nieuwe weggeef ronde. Wat een leuke reacties, en wat doen mensen een boel meer dan alleen de pagina sharen en liken. Ik weet inmiddels van totaal onbekenden hoe lang ze getrouwd zijn en met wie, wat voor herinneringen ze hebben aan Valentijnsdag, waarom ze zo graag een nachtje B&B cadeau krijgen en wat een unieke kans dit is om weer even samen romantisch te zijn. Mensen schrijven graag over hun liefde.

Het doet me denken aan mijn baan als redacteur bij All You Need Is Love. Vier jaar heb ik daar gewerkt en bergen met brieven gelezen van kijkers met liefdesperikelen. Toen ik solliciteerde werd ik gewaarschuwd dat het keihard werken was, veel overuren en stress. Maar dat kon me niet schelen, ik was jong, ik had geen vriend, geen kinderen, geen huisdieren, ik kon al mijn tijd in dat programma steken en dat deed ik dus ook. Enig vond ik het!

Op een gegeven moment ga je patronen ontdekken in al die items. Dat vrouwen bijna nooit hun man terug willen als ze eenmaal bij hem weg zijn gegaan bijvoorbeeld. En dat mannen hun vrouw bijna nooit verlaten voordat ze een ‘opvolgster’ gevonden hebben. En dat het niet meevalt om een lange relatie romantisch en fris te houden. Want wat kan dat toch makkelijk en ongemerkt naar de achtergrond verdwijnen, oprechte aandacht voor elkaar.

Ik kan er over mee praten. Er zijn jaren geweest dat we niet eens onze huwelijksdag vierden omdat er een kind ziek was, of omdat ik op het punt van bevallen stond of omdat we samen total loss waren van honderd gebroken nachten achter elkaar. En dat zijn dan nog gewoon etentjes. Een nacht weg samen is al helemaal een zeldzaamheid, aangezien ik de boel thuis moet regelen en vaak halverwege bedenk dat ik toch het liefst in mijn eigen bed slaap. Stom is dat.

Maar er gloort hoop want nu de jongens wat ouder zijn is het niet zo ingewikkeld meer. Onze laatste trouwdag gingen we eten in Amsterdam en omdat we allebei geen Bob wilden zijn besloten we op de dag zelf ook te blijven slapen (aanrader trouwens, last minute boeken is stukken goedkoper). Dat werd een ouderwets goeie avond. Na het diner was het maar tien minuten lopen naar het hotel, maar we hebben er drie uur over gedaan. Elk kroegje zijn we in gedoken en na de laatste ronde konden we weer concluderen dat we elkaar nog steeds de leukste vonden. Zulke gesprekken heb je meestal niet aan je eigen keukentafel, daarvoor moet je weg en daarom is deze Facebook actie. Ik gun het iedereen zo! Zaterdag kies ik geblinddoekt de winnaar, maar er komt zeker een volgende kans.

Follow

Nieuwe website

Toen mijn kinderen nog peuters waren vond ik het niet eerlijk dat er zo veel meer meisjeskleding te vinden was dan jongenskleding. Drie jongens hebben we. Kijk eens in een doorsnee kinderkleding zaak en de rekken hangen vol met fleurige meidenkleding en voor jongens is slechts een klein hoekje met blauw en grijs gereserveerd. Nu moet ik toegeven dat het de laatste jaren wel verbeterd is, het is waarschijnlijk meer zonen-moeders opgevallen! Maar ik zag een gat in de markt en ik begon mijn eigen webshop “Jochies” met tweedehands jongenskleding. Ik abonneerde me op zo’n webshop-sjablonen-maker en na een tijdje freubelen had ik een heuse website. Had ik toen maar groots doorgepakt, dan was ik misschien wel de eerste Zalando van toen.

Jochies was geen succes, maar dat je zo makkelijk iets online kunt beginnen was wel een openbaring. Er hoefde geen cursus of opleiding aan te pas te komen, want alle informatie was op het internet zelf te vinden. Zo las ik over webhosting, domeinnamen, uploaden, plugins, downloaden en html-editors en ik begreep dat het helemaal niet nodig was om ingewikkelde codes te leren om een website te maken. Ik kocht Frontpage en had na veel bloed, zweet en tranen mijn schilderijen online. Het zag er niet uit maar het was gelukt en ik vond het ontzettend leuk om mee bezig te zijn, bijna zo leuk als schilderen zelf! De eerste website van Bed & Breakfast Klein Zuylenburg maakte ik dus ook in Frontpage, want dat was ik gewend. Ik herinner me dat elke pagina een andere kleur had en een andere lay out, een vrolijk zooitje zeg maar.

Toen crashte mijn computer en ging ik over op Mac. Dat was de aanleiding om ook een ander programma te kopen voor mijn website. Ik ging aan de slag om dit keer in Rapidweaver de boel weer van niks af aan in elkaar te zetten. Veel meer leuks ontdekte ik: verschillende foto’s van de kamer in een diavoorstelling bijvoorbeeld, en allerlei effecten. Er moest bovendien een Facebook pagina komen en een Twitter account, foto’s op Pinterest, Tumblr. Drúk kan je daarmee zijn! Maar wat toen nog niet heel erg hot en happening was en nu wel was een blog. En schrijven vond ik eigenlijk ook heel erg leuk. Toen Gijs net geboren was had ik een column in Ouders van Nu en ik vond het jammer dat ik daarmee moest stoppen (ik werd zwanger van de tweede en dat was voor het blad niet zo interessant meer, ze zochten een ‘verse’ moeder).

Ik begon een blog op WordPress, met links naar mijn website, maar dat was een halfslachtige oplossing. Je blog moet Ín je website, anders heb je er eigenlijk weinig aan. Je kunt juist bezoekers naar je website trekken met steeds nieuwe blog berichten en zo wellicht meer klanten, of in mijn geval, B&B gasten. En zo is daar nu mijn nieuwe website geboren in WordPress. Het lijkt in eerste instantie of ie gewoon gekopieerd is, maar ook deze site is geheel vanaf een blanco pagina opgebouwd. En de blog heb ik gewoon geïmporteerd. Mijn eerdere verhalen leven dus voort onder kleinzuylenburg.nl. Nu moet ik me nog gaan verdiepen in zoekmachine optimalisatie. Een vak apart en lang zo leuk niet als lay out, kleuren en lettertypes toepassen. Maar wel heel hard nodig. Dus ciao, ik ben weer een tijdje van de straat!

PS: de B&B zelf is overigens ook toe aan een update: in de kerstvakantie gaan we een kleine renovatie doen!

 

Follow

Bruiloft en aanverwante zaken

Toen wij gingen trouwen, zo’n honderd jaar geleden, hadden we alles keurig volgens het boekje geregeld. Er was het ja-woord in het stadhuis van Utrecht, een foto-uurtje, een moment met thee en taart voor de naaste familie, een diner, een feest met alle vrienden erbij en een bruidssuite. Er gingen een paar zaken niet helemaal zoals bedacht en het is jammer dat je maar één keer trouwt, zoals ik van plan was, want sommige dingen zou ik nu beslist anders aanpakken.

We kwamen bijvoorbeeld zelf  laat aan op het feest omdat het diner uit was gelopen. De sfeer was al behoorlijk uitgelaten en wij konden er veel te kort van genieten. Een paar uur alweer na onze grootse entrée moest ik mijn kersverse man, die altijd ’t liefst als laatste de deur dicht trekt, bij zijn vrienden vandaan sleuren. De bruidsauto wachtte om ons naar het hotel te brengen. Wie heeft dat bedacht? Dat je op je eigen feest als eerste weg moet?? Achteraf zagen we in het gastenboek dat de rest nog zeker een uur door was gegaan. De hanenpoten werden steeds vager en gezien de rekening was iedereen rondom dronken het stadskasteel uit geschopt. Daar baalden we van, daar hadden we eigenlijk wel bij willen zijn.

Maar ik was broodnuchter aan het eind van het feest, en niet omdat ik zo snel weer weg moest. Ik was namelijk zwanger. Dat was niet helemaal volgens de planning. Het was de eerste keer dat ik probeerde zwanger te worden, en we bleken bovenmatig vruchtbaar. Zoiets kun je helaas niet oefenen qua timing. Fantastisch natuurlijk maar ik kreeg er voor op mijn lazer bij de winkel waar ik mijn bruidsjurk voor de tweede maal ging passen. De verkoopster kon haar irritatie niet verbergen toen ik het vertelde. Moesten ze de jurk helemaal ‘uitleggen’ omdat ik ‘stout was geweest’. De jurk was leuk, maar die bruidsmodezaak, die zou ik een tweede keer zeker niet binnen stappen.

Toen wij ’s nachts in vol ornaat in het hotel aankwamen, verwachtte ik een hartelijk ontvangst. Een felicitatie misschien. De vraag of we een mooie dag hadden gehad. Of een compliment over mijn jurk, al vond ze hem misschien lelijk. IETS! Maar nee, het meisje bij de receptie keek even op, gluurde toen op haar beeldscherm en gaf ons de sleutel. Op de kamer geen enkele aanwijzing dat wij zojuist getrouwd waren. Gewoon, een hotelkamer. Met een bubbelbad, dat wel, maar die maakte vooral een hoop lawaai zo midden in de nacht.

Dus, toen ik de B&B begon en er een bruidspaar boekte bedacht ik me dat ik dat eens even heel anders ging aanpakken. Romantiek, verwennerij, aandacht, gewoon een verlenging van de bruiloft waarin je centraal hebt gestaan. Inmiddels ben ik er achter gekomen dat er maar weinig echte bruidssuites in deze omgeving zijn. Dus ik heb een speciaal bruidsarrangement bedacht. Geen bubbelbad, geen hartvormig bed, maar wel een witte ‘hemel’ en een sprei met rozenblaadjes. De namen op de deur, kaarsen overal, een brandend lampje en de haard aan bij binnenkomst, een fles champagne in de koeler, een kaartje met een persoonlijke felicitatie en uitgebreid ontbijt op bed. De meeste bruidsparen komen via de Parel van Zuilen, even verderop aan de Vecht, en worden hier ’s nachts met een witte sloep van Boei26 voor het huis afgezet. Romantischer dan dat kan ik het niet bedenken. Een compliment over de jurk kan ik niet geven, meestal slaap ik als het bruidspaar met de sleutel binnen komt, maar ik zorg er altijd voor dat ik ze even heb gezien overdag, en anders mag ze hem alsnog showen, the day after.

Zo hoort het, vind ik. Geen mens mag na zo’n dag in de rommel van zijn eigen huis terecht komen en de volgende ochtend katerig wakker worden met alleen nog een halfje oud brood in de kast. Maar al helemaal niet in een saai hotel waar niemand de moeite neemt om er iets speciaals van te maken, als je zojuist de grootste stap van je leven hebt genomen.
Follow my blog with Bloglovin

Follow

Het Stationnetje van Balsicas

Het is heel wat jaren geleden dat ik een Spaans vriendje had, ontmoet in de zomervakantie natuurlijk, met wie ik ook na die vakantie contact hield. Hij was Madrileen, een paar jaar ouder dan ik en erg vernuftig in het bedenken van manieren om mij te ontmoeten. Zo kocht hij goedkoop diamantjes in Amsterdam en verkocht die iets duurder aan zijn vrienden in Madrid. Op die manier had hij zijn vliegticket bijna weer terugverdiend. Smokkelen was het wel, maar van onschuldige aard, vond ik en bovendien voor een nobel doel: de liefde. Ik op mijn beurt reed met mijn ouders mee toen zij die herfst weer naar het zuiden vertrokken. Zij gingen naar hun huisje aan de Costa Blanca en ik zou van daar uit wel zien hoe ik in Madrid kwam.

Er bleek een spoorlijn iets verder zuidelijk, door een minuscuul dorpje genaamd Balsicas, naar ‘la capital del mundo’ te voeren. Vanuit een telefooncel maakte ik een afspraak met mijn latin lover. Ik zou die dag met de Talgo naar hem toe komen. Mijn vader bracht me naar Balsicas. Hij wilde waarschijnlijk zo lang mogelijk een beschermend oog in het zeil houden. Zijn jongste dochter ging immers op eigen houtje naar een voor hem volslagen onbekende Spanjaard in een voor haar onbekende grote stad. Ik verheugde me immens op het weerzien met mijn liefde, na weken van alleen maar brieven en telefonisch contact.

Het station van Balsicas: Een perronnetje, twee rails die in de droge verte verdwenen en een vervallen gebouwtje. Geen loket, geen treinen, zelfs geen mensen. In het gebouwtje stond een bureau, een krakkemikkige telefoon en een ventilator die de vele vliegen door de stoffige ruimte joeg. Vanachter een gordijn kwam een stokoud mannetje tevoorschijn. Ik vroeg hem naar een kaartje voor de sneltrein naar Madrid, maar dat bleek niet zo’n eenvoudige bestelling te zijn. Hij schuifelde wat heen en weer, trok laatjes open, mompelde wat en greep toen de telefoon. In schier onverstaanbaar Spaans zei hij daarna botweg dat de trein naar Madrid van die middag vol zat. Het hart zonk me in de schoenen. Mijn vader bood al aan om mij persoonlijk in Madrid af te zetten, maar het was allemaal niet zo erg als het leek, want Balsicas genoot de ongekende luxe dat er de dag erna weer een trein naar Madrid langs kwam. Kon ik daar dan vast een plaats voor reserveren? “Sí sí, por supuesto”, geen probleem. En met de hand schreef de man een plaatsbewijs voor me uit en overhandigde het mij plechtig. Dit hele tafereel was voor mij zo ‘Spanje’ en niet eens omdat mijn geplande reis inderdaad  pas ‘mañana’ kon worden ondernomen.

Groot was dan ook de verbazing en zelfs de teleurstelling, toen ik nog geen jaar later mijn moeder naar datzelfde stationnetje bracht. We gingen vast een kaartje kopen voor de volgende dag, want een ezel stoot zich natuurlijk geen twee keer aan dezelfde steen. Maar het spoorweggebouw van Balsicas was onherkenbaar: Uit nieuwe frisse bakstenen opgetrokken met  grote glanzende ramen en geen vlokje stof. Een representatieve dame achter een beveiligd loket liet snel en efficiënt een kaartje uit de computer spugen. Ik had het kunnen weten. Elk jaar verandert het straatbeeld van dit land. Snelwegen worden doorgetrokken, flitsende kantoorgebouwen neergezet en vliegvelden vernieuwd. Prachtig wel, maar van mijn stationnetje in Balsicas hadden ze af moeten blijven!

Follow

Verliefd op een huis

Ruim acht jaar wonen we hier al. Het is gewoon verschrikkelijk zoals de tijd vliegt. Zeker als er niks noemenswaardigs gebeurt waarmee je je leven in stukjes kunt opdelen. Er gebeurt van alles, uiteraard, maar grootse zaken als trouwerijen, kinderen krijgen, verhuizingen,  dat hebben we al een tijdje niet meer gehad en zo heb ik zomaar ineens al negentien jaar verkering en een oudste zoon van zestien. Het wordt tijd om weer eens te verkassen, zou ik in jongere jaren gedacht hebben, maar wie eenmaal in Klein Zuylenburg woont wil nooit meer weg. Toen ik hier de eerste stap over de drempel zette wist ik al dat ik hier wilde ‘sterven’. Dat ging als volgt.

Na drie helse verbouwingen in ons vorige huis hadden we besloten dat we daar voor immer zouden blijven wonen. Onze heimelijk wens om uit de stad te vertrekken drukten we de kop in, we stopten met rondkijken in dorpen en  Funda werd een verboden site. Maar toen mijn husband voor een heel andere kwestie op Funda zat zag hij Klein Zuylenburg voorbij komen.  Dat huis stond in ons geheugen gegrift als droomhuis. We waren er jaren daarvoor al eens voorbij gereden, gestopt, uitgestapt en hadden verzucht: dit is een perfect huis, maar dat zal wel nooit te koop komen. Het leek ons een huis dat van generatie op generatie in een familie bleef en waar geen buitenstaander ooit kans op zou maken. “Kom eens kijken Lies, ons droomhuis staat te koop”. Dat was het startsein voor wekenlang slapeloze nachten.

“Veel te duur, vast een dikke adder onder het gras, waarom zou iemand daar weg willen, we gaan er niet heen hoor!” Maar diezelfde avond stapten we in de auto om toch even te checken of het huis er nog net zo bij stond als in ons geheugen. Dat was zo. Het was zomervakantie, het dorp was rustig, de zon stond op de luiken, de veranda was rijk begroeid met druivenranken, de rivier kabbelde er langs, af en toe kwam er een bootje voorbij, mijn god, het was één grote idylle. “Hoe zou het van binnen  zijn? Het is waarschijnlijk een grote teleurstelling, met jaren zeventig meuk, kurk op de muren en al het mooie eruit gesloopt.” Dus we maakten een afspraak met de makelaar. Om het maar uit ons hoofd te kunnen zetten. Twee dagen niet slapen voor het moment daar was. En toen gebeurde het. We kwamen binnen en ik was op slag verliefd. Op een huis. Alles was mooier en groter en leuker dan ik me had voorgesteld. De basis was al prima, de keuken, de badkamer, de vloeren, de indeling, niks meer aan doen. Maar dan: de lichtinval, het uitzicht, de marmeren schouwen, de ornamenten, de kastenwanden, ik wilde er eigenlijk meteen niet meer weg.  “Ik wil het, ik wil het, ik wil het” schijn ik geroepen te hebben, in het bijzijn van de verkopende makelaar, niet heel handig, maar we waren toch al verloren.

We hebben ons bedronken. En een heleboel mensen gebeld. Of dit wel kon, of we de stap moesten wagen, of het niet veel te hoog gegrepen was. We wilden voor- en nadelen wikken en wegen maar we konden geen nadelen vinden. Behalve een financiële dan. Maar bij gebrek aan enig financieel overzicht van mijn kant en de Bourgondische instelling van mijn husband leek ook dat niet echt onoverkomelijk. En zo deden we een bod, en zo werd het geaccepteerd, en zo moesten we tot november wachten tot we er in mochten. Op de dag dat we de sleutel kregen zijn we erin getrokken met ons hele hebben en houden. Schilderen zouden we later wel doen, we konden geen dag langer wachten. Alle meubels die we hadden pasten er zo in. Er hoefde niks weg, er hoefde niks bij. Dit huis had gewoon sinds 1860 op ons staan wachten. Geen enkele moeite had ik met het afscheid van ons vorige huis, waar we getrouwd waren, waarin alle drie de kinderen geboren waren, waar we zoveel in geïnvesteerd hadden, waar we elk hoekje naar eigen wens hadden verbouwd. Vreemd maar waar.

En nu zijn we jaren verder. Soms droom ik dat we het huis verkocht hebben in een vlaag van verstandsverbijstering of omdat iemand tien miljoen bood, zoiets. En dat ik dan hier langs fiets en een ander gezin op de veranda zie zitten, helemaal gelukkig, en hoe ik dan heel hard moet huilen en de haren uit mijn hoofd wil trekken van spijt, zo’n verschrikkelijke spijt, ondanks al m’n miljoenen.

Dus de jaren mogen dan voorbij vliegen, of voortkabbelen zonder noemenswaardige ups en downs, er moeten wel heel gekke dingen gebeuren willen wij Klein Zuylenburg verlaten. Het was een ‘once in a lifetime opportunity’, en wat zijn we blij dat we hem gegrepen hebben.

Follow

Autorijden anno 2014

Autorijden anno 2014

Toen ik mijn rijbewijs wilde halen -in 1986- moest ik omgedraaid in de stoel achteruit inparkeren, de hellingproef doen met het risico van een afslaande motor en was er serieus sprake van dode hoeken. Die dode hoek kon ik pas vinden in les twintig. Ik begreep echt niet waar de beste man het over had en ik begreep het gevaar ervan pas toen ik na jaren mijn eend de linkerrijbaan op zwiepte en ik bijna tegen een snelle Mercedes knalde die dus net die dooie hoek uit kwam. Toch vond ik dat ik na tien lesjes wel klaar was voor het examen.

Mijn vader en mijn broer reden ook al geregeld met me rond. Mijn broer, die net zelf een half jaar zijn rijbewijs had, gaf me les op het parkeerterrein van de Hilversumse Expohal. Hij schrok zich dood toen ik eindelijk, zonder af te slaan, naar de tweede versnelling ging en met piepende banden over alle lege parkeervakken scheurde. Mijn vader stuurde me genadeloos een doodlopend bospad in en gebood mij te keren. Onmogelijk volgens mij. Zeer wel mogelijk volgens hem, maar hoe, dat moest ik zelf maar uitzoeken. Hij lurkte ondertussen aan zijn pijp en las de krant.

Mijn instructeur vond het nog te vroeg om over een examen te beginnen. “Je kijkt nog niet genoeg in je spiegels, en die zijn heel belangrijk”, meende hij.  Een zware belediging vond ik dat, en geldklopperij bovendien. Veertig gulden per les, als ik me goed herinner. Maar wellicht, achteraf bezien, vanuit mijn wijzere perspectief van nu, had hij wel gelijk en slaagde ik gelukkig in een keer na drieëntwintig lessen.

Maar toen wij afgelopen week vertrokken richting Alpen in de nieuwe auto van mijn husband, heb ik mij hardop afgevraagd waar rijlessen in godsnaam nog voor nodig zijn. Pas bij Maastricht hoefde hij voor het eerst zelf te remmen en gas te geven. Toen ik halverwege Luxemburg het stuur overnam zocht ik vergeefs naar de sleutel en werd ik knettergek van alle waarschuwingslampjes, geluidssignalen en hulpmiddelen. Er ging een lampje branden als er iemand te dicht voor mij reed. Er ging een lichtje op als er iemand links of rechts naast me was. Ik kreeg een intimiderend piepje te horen als ik over de streep ging. Als ik herhaaldelijk en binnen korte tijd over de streep reed kreeg ik zelfs een waarschuwing dat het tijd werd om te pauzeren. Dan was ik waarschijnlijk aan het slingeren van vermoeidheid, volgens de auto. Ik mocht de snelheid automatisch instellen. Ik kon gewaarschuwd worden als ik te hard reed. Remmen deed de auto in die modus automatisch, met behulp van sensoren. De navigatie vertelde me waar ik heen moest en een camera hielp me bij achteruit rijden.

Wat valt er dus eigenlijk nog te leren? Achteruit de bocht om is een eitje met die camera, de hellingproef is geen uitdaging meer met een automatische schakelbak en verdwalen of tegen een muur knallen is schier onmogelijk. Een paaltje schampen kan alleen nog als je heel blind bent. Da’s dan wel weer handig trouwens, want dat zijn mijn enige deuk-veroorzakers tot nu toe.  Een kind kan de was doen, in die moderne auto’s. Binnen afzienbare tijd hoef je niet eens meer te sturen. Dan stel je alleen nog de navigatie in en rijdt de auto helemaal vanzelf naar de eindbestemming met behulp van drie miljoen sensoren. Niemand die dan nog drieëntwintig rijlessen gaat nemen. Alhoewel drieëntwintig uur studeren op de gebruiksaanwijzing ook geen kwaad kan. Mijn husband heeft van de dealer persoonlijk les gekregen hoe de auto het best te berijden is. En het zuinigst, ook een big issue waar ik het nog niet eens over gehad heb. Hij kan namelijk zowel elektrisch als op diesel rijden, maar hoe en wanneer en hoeveel je dan bespaart dat wil ik vooralsnog allemaal niet eens weten.

Autorijden anno 2014, spannend is het niet, high tech wel, en daar houden mannen van he. Ik ben zo oud dat we in ‘mijn tijd’ niet eens stuurbekrachtiging hadden, noch verwarmde buitenspiegels, automatische slotvergrendeling en wat dies meer zij. Laat mij maar lekker in mijn oude brik rondrijden, daarin kan ik omgekeerd inparkeren als de beste. Hij is van hetzelfde merk, maar dan zonder poespas. Lekker rustig.

Follow

Beroofd en vermoord

Beroofd en vermoord

Het lijkt alsof ik het heel normaal vind dat er bijna elke nacht wildvreemde mensen in ons huis slapen, maar dat is niet altijd zo geweest. Sinds ik bij Booking.Com ben aangesloten spreek ik de meeste gasten niet eens van tevoren: ik krijg een elektronische fax binnen met de naam en de gegevens en that’s it. Op de geboekte dag zie ik ze vanzelf verschijnen. Heerlijk vind ik dat, ik loop met de hond door een bos en ‘pling’, ik krijg een boeking binnen, gaat allemaal vanzelf. Ik hoef niet eens te reageren. Lange leve internet. Voorheen had ik alleen mijn eigen website en was ik aangesloten bij een overkoepelende organisatie zonder boeking systeem. Dat werkte niet zo goed. Ik kreeg voornamelijk veel mails waar uiteindelijk niks uit kwam. Mensen wilden met het hele gezin komen terwijl ik er maar een tweepersoons kamer heb. Ze vroegen naar data waarop de kamer al gereserveerd was en negen van de tien keer wilden ze in een weekend komen en toen was ik de WEEKENDEN nog GESLOTEN. Mensen lezen slecht. Of ik werd gebeld en dan stond ik weer in een supermarkt zonder agenda of ik zat in mijn auto zonder handsfree systeem. Geen succes dus.

Een boeking systeem bijhouden vergt wel wat discipline, maar dat leer je vanzelf als je een keer een overboeking hebt meegemaakt. Paniek, ongeloof en zweet op mijn rug toen ik zag dat ik een fout had gemaakt en dat er mensen uit Frankrijk hadden geboekt voor drie kamers. Ik had helemaal geen drie kamers! Waar moesten ik zes mensen herbergen? Terwijl ik probeerde te achterhalen wat ik nu toch verkeerd had ingevoerd werkte mijn brein op volle toeren: zelf ergens anders gaan slapen en onze eigen slaapkamer ter beschikking stellen? Dat kan toch niet? Trekken ze een kast open zien ze allemaal kleding hangen! Een kinderkamer is helemaal een lachertje natuurlijk. Misschien logeerbedden lenen en de woonkamer leeghalen? Maar dan hebben ze geen badkamer! Uiteindelijk belde ik naar Booking. Ik werd streng toegesproken dat ik zo snel mogelijk een vervangende accommodatie diende aan te bieden in dezelfde prijsklasse en als er alleen duurdere hotels in de buurt waren dan moest ik zelf het verschil betalen. Ik heb driftig rond gebeld met de paar B&B’s die ik hier kende. Het werd opgelost maar ik kreeg wel strafpunten. Ik daalde in de ranking qua betrouwbaarheid. Terecht natuurlijk, als je bij booking.com boekt verwacht je dat het geregeld is. Enfin, zoiets overkomt me natuurlijk niet nog eens.

De eerste nachten met gasten in huis waren eng. Ik ging me in het donker de ergste scenario’s voorstellen. Gaat die meneer straks door het huis zwerven en de kinderkamers in? Worden we beroofd en vermoord met een hakbijl? Hebben we een freak in huis gehaald, een psychopaat? Nodigen ze straks een hele schare vrienden uit op de kamer? Bacchanalen onder ons dak? Er gebeurde echter nooit wat en tegenwoordig slapen we er prima bij.

Bruidsparen boeken meestal een half jaar van tevoren en die zie ik pas bij het ontbijt. Ik zorg dat ze ’s avonds de sleutels al hebben en dan komen ze na hun feest vanzelf binnen. Dat vond ik in het begin ook spannend. Zouden ze het wel kunnen vinden, en raken ze de sleutel niet kwijt? Gaan ze niet per ongeluk toch aanbellen of lazeren ze niet van het trapje af?  Ik lag dan tot half twee ’s nachts wakker en kon pas slapen als ik ze binnen had horen komen. Dat valt nog niet mee trouwens want de meesten zijn heel stil. In de ochtend breng ik ontbijt op bed en dan is het een enorme bende in die kamer: uitgepakte cadeau’s, rijstkorrels en rozenblaadjes her en der, lege champagneglazen, en natuurlijk een wolk van een bruidsjurk -aan de kapstok. Geweldig; het feest moet pas afgelopen zijn als ze hier vertrekken.

Bij elke vertrekkende gast ben ik een beetje opgelucht. Het huis is weer van ons, het is goed gegaan, we zijn wederom niet beroofd, noch vermoord. Op naar de volgende.

Follow

Ontbijtmuziek

Ontbijtmuziek

Afgelopen zondag. We zaten te ontbijten in de eetkamer toen ineens de muziek veel harder ging. We hebben een Sonos systeem en luisteren dus muziek via internet. Dat geeft nog wel eens storingen maar dat het volume ineens omhoog schiet hadden we nog niet meegemaakt. Ik had een playlist van Spotify opstaan met een mix van nummers van Stacey Kent en Emilie-Claire Barlow. Lekkere muziek om bij te ontbijten vind ik, beetje jazzy, heldere, niet schreeuwerige vrouwenstemmen en afwisselend Frans- en Engelstalig. Ik heb ze zelf ontdekt op Spotify en ben al lange tijd in mijn nopjes met deze lijst. Na wat omzwervingen langs klassieke toppers, Keltisch tonen en allerlei nummers waarin het woord “morning” voorkwam schotel ik mijn gasten al een tijdje deze zangeressen voor. Maar mijn gasten zeggen er nooit iets over. Zou dat betekenen dat ze het niet kunnen waarderen? Dat kan, het is onmogelijk om voorkeuren in te schatten. Bij oudere mensen zet ik geen lounge muziek op en bij een jong stel geen pianoconcert, maar waarom eigenlijk niet? Of valt het ze simpelweg niet op, dat achtergrondmuziekje? Dat kan ik me nauwelijks voorstellen.

Ik vind muziek onontbeerlijk. Een restaurant, een lange autorit, een verjaardag, een supermarkt, het huis als iedereen naar school en werk vertrokken is: TE saai zonder muziek. Het lijkt soms wel of de temperatuur een paar graden stijgt als ik muziek op zet. Mijn eigen zondagochtend voorkeur heeft tegenwoordig de Britse zender Classic FM. Klassieke muziek waarbij je niet meteen door een heel symfonie orkest van je stoel wordt geblazen, vaak de mooiste filmmuziek, en daar tussendoor het Britse nieuws, de weersverwachting en de verkeerssituatie op de Britse snelwegen. Niet dat me dat ook maar iets interesseert, maar van dat Britse taaltje kan ik nu eenmaal geen genoeg krijgen.

Wat gebeurde er nu afgelopen zondag? Mijn Belgische gasten zaten beneden te ontbijten en daar staat een geluidsbox die nog verbonden was met een zelfde box in onze eetkamer (vraag me niet naar de technische details achter deze zin). We zaten dus allemaal naar dezelfde afspeellijst te luisteren en blijkbaar viel die in goede aarde daar beneden want ze hadden eigenhandig op de + knop gedrukt. Ik had te maken met kenners. Ze wisten dat beide zangeressen Canadees zijn. Dat ze in Frankrijk niet te vinden zijn terwijl ze toch veel Franstalige nummers uitbrengen. Dat ze in België daarentegen vrij populair zijn. En dat er een zangeres ontbreekt in mijn lijstje: Melody Gardot. Van hetzelfde kaliber, een nog zwoelere stem en bovendien een vrouw die nogal een beproeving doorstaan heeft. Als studente aan de modevakschool werd ze op haar 19e van haar fiets gereden en voor dood achtergelaten op straat. Tijdens haar ziekenhuisopname en revalidatie is ze liedjes gaan schrijven en dat is ze blijven doen. Ze is nooit helemaal hersteld van het ongeluk, maar haar stem is goddelijk en ze past inderdaad in het rijtje Kent en Barlow. En daar staat ze dus nu. Met dank aan mijn Belgische gasten en het gemak van Spotify.

Maar er komt een dag dat we toe zijn aan verandering, niet alleen mijn gezin en ik, maar ook mijn terugkerende gasten. Dus ik zou graag willen weten: Welke muziek hoor jij graag tijdens het ontbijt?

Follow

Dit hadden we eerder moeten doen

Dit hadden we eerder moeten doen

Op ‘derde kerstdag’ hadden we vrienden op bezoek die onze nieuwe hond kwamen bewonderen. We waren net uitgebuikt van het kerstdiner en we vertelden dat we de hele wisseltruc eetkamer-woonkamer weer achter de rug hadden. En dat husband toch behoorlijk pijn in zijn rug had van het versjouwen van die loodzware eettafel. Vriend geloofde niet dat dat zo’n zware klus was dus dat moest bewezen worden: ze togen naar de eetkamer en terwijl ik met zijn vrouw de ins en outs over de hond besprak hoorde ik een hoop geschuif aldaar. Aangezien mijn man wars is van geschuif en überhaupt van veranderingen in huis, ging ik maar even kijken wat er gebeurde.

Ze hadden de eettafel een kwart slag gedraaid. Dat had ik zelf ook al eens gedaan, gewoon, voor de lol, maar ik zag het nut er niet van in. Dat nut werd me nu luid en duidelijk uit de doeken gedaan: er was nu namelijk ruimte voor een kachel voor de schouw. Een houtkachel, die behalve veel gezelligheid ook een hoop warmte zou geven en een enorme besparing zou zijn op onze energie rekening. Kijk, daar had hij een punt. Onze energierekening is namelijk werkelijk astronomisch hoog. Dit huis is gebouwd in 1860, heeft plafonds op 3.40 hoogte, geen dubbele beglazing natuurlijk en een trappenhuis waar alle warmte zo via de slaapkamers weer het huis uit vliegt. Daarbij staat het vrij, een beetje zuidwester wordt hier zo door de kieren naar binnen geblazen.

Vriend en vrouw zweren bij hun twee houtkachels. Ze worden ’s morgens opgestookt, alle binnendeuren worden open gezet en zo verspreidt de warmte zich langzaam tot in alle vertrekken. Het levert ze een besparing op van ruim 3000 euro per jaar. Dat hij daarvoor jaarlijks ettelijke kubieke meters hout staat te kloven is al bij deze besparing doorberekend. De keurige houtblokjes in netten, zoals wij die elke herfst aangeleverd krijgen, moesten we maar laten voor wat ze waren. ‘Grote boomstronken kosten geen drol en van een beetje hakken in de buitenlucht is nog nooit iemand dood gegaan.’ Ik moet zeggen; hij heeft een fris gelaat en misschien ook een gespierde torso en welke kerel wil dat nou niet? Omwille van het welzijn van vrouw en kinderen elke dag een kuubje hout hakken, dat is toch de taak van de echte man? En ik zie daar zowaar nog een besparing in het verschiet: het abonnement van de sportschool.

Mijn droom was altijd om in die schouw een open haard te maken. We hebben wel eens op een saaie zondagmiddag de stalen plaat weg gehaald die in de schouw geschroefd zit. We kwamen toen tot de ontdekking dat de hele opening met bakstenen dicht gemetseld was maar dat het rookkanaal nog wel intact was. We lieten een haardenman komen, offertes werden gemaakt en daar schrokken we dan weer zo van dat we het hele plan weer lieten varen. We hadden immers al een haard in de woonkamer, dus wat zeurden we eigenlijk en hoe lang per dag zaten we nou helemaal in die eetkamer. Aan een kachel hadden we nooit gedacht. Terwijl we altijd genoten hadden van de houtkachels in diverse vakantiehuizen: wat een warmte en wat een gemak.

Tot nu dus. We zagen geen enkele belemmering meer om tot actie over te gaan. Dit zou een uitgave worden die zichzelf rap terug verdiende, dus het paste geheel in de bezuinigingsronde van de laatste maanden. Ik dook het internet op voor prijzen, maten, merken en kilowatts. Gaandeweg kon ik een heleboel opties wegstrepen: het moest een kachel worden met een ruit, tot 9 KW vermogen, een achteraansluiting en de hart hoogte op 55 cm. Ja ja, zo leert men nog eens wat. En zo togen wij op zaterdag naar Dalfsen, want daar stond er eentje, tweedehands, niet te duur dus, precies wat we zochten. Niks luxe showroom en gladde verkopers; gewoon een boerenschuur, een paar goedgemutste tukkers en vooral heel veel kachels. Een pin automaat hadden ze ook niet, dus zo zagen we zelfs nog wat van Dalfsen City. Het werd zowaar een uitstapje, met de hond voor het eerst mee op een lange rit, en wat plas pauzes op de Veluwe.

De buurman moest er aan te pas komen om het 125 kg wegende apparaat naar de eetkamer te tillen. We konden de kachel zo in de schouw schuiven, hart hoogte was precies goed, en zo zaten wij binnen een uur na thuiskomst met een wijntje voor ons kacheltje. Fikken als een tierelier doet ie en de eetkamer is nu de favoriete plek in huis. De kerstboom staat voor Jan Doedel te flonkeren in de woonkamer en de open haard daar wordt ongemoeid gelaten.

Wellicht zijn wij niet zo consequent als onze vriend en toch te lui om boomstronken klein te hakken, dan nog zouden we er van uit kunnen gaan dat we 2000 euro per jaar besparen. In de 8 jaar dat we hier wonen hadden we dus 16.000 euro minder aan Eneco hoeven betalen als we die kachel meteen gekocht hadden. Dat is dan weer een zure conclusie, maar hee, wat een top idee was dit, de winter kan me niet lang genoeg duren!

Follow

Kerst Moet Thuis

Kerst Moet Thuis

Kerstmis vieren we thuis dit jaar. Hoe verleidelijk het ook is om weer weken op de huizenruil site te zoeken naar een ideale plek in de sneeuw, de kans is klein dat iemand van daar wil vertoeven in een druilerig Nederland en bovendien: de kinderen willen niet mee. Die hechten toch meer waarde aan de traditie dan ik dacht. Ze staan er op dat we het weekend na Sinterklaas een kerstboom gaan halen, liefst weer bij dezelfde kerstbomen boer. Dezelfde dozen worden van zolder gehaald, en we staan elk jaar voor hetzelfde probleem. We hoeven goddank niet elk jaar nieuwe ballen in de boom  – wat een onzinnige trend is dat! Maar hoe kan het toch dat we wel alle ballen terugvinden maar niet de haakjes? Geen idee waar we die toch laten, en om nou de hele kerstshow in het tuincentrum door te ploeteren voor een doosje haakjes gaat te ver, dus het is elke keer weer improviseren met dichtbinders van vuilniszakken.

Eerste kerstdiner met familie A, tweede kerstdag diner met familie B, en altijd hier. Dat is niet erg, dat is fijn, want we hebben echt een ideaal kersthuis. Zo eentje uit films. Met een haard en een boom die tot het plafond komt en dan zijn de muren ook nog rood geverfd. Het enige puntje waar ik elk jaar weer voor moet strijden is dat ik het diner in de woonkamer wil, en niet in de eetkamer. In de woonkamer staat immers de boom, en daar brandt de haard. Daar is ook meer ruimte. En aangezien we de hele avond aan tafel zitten met minstens tien man, wil ik de hele boel omgooien. De loodzware eettafel moet dan op z’n kant door de deur. Verschuiven met een paar kussens eronder gaat nog, maar een tafel van 2,50 op z’n kant gooien is best tricky. Of je gaat met z’n allen door de rug, of de tafel klettert met zo’n klap op de grond dat je je afvraagt of het huis dit wel overleeft.  Het is verder een klusje van niks, in een half uurtje is het gepiept, maar ik moet steeds weer uitleggen waarom het nodig is. En dat het leuker is.

Derde kerstdag zijn we zo tonnetje rond gegeten dat we geen pap meer kunnen zeggen en alleen nog met een joggingbroek op de bank willen hangen. Blij dat het klaar is, maar toch was het weer leuk.

Een aantal jaren geleden belandden we op tweede kerstdag op een tropisch eiland. Dat was de meest vreemde kerstbeleving ooit. Op het strand lagen de restanten van wat kennelijk een wild feest was geweest en de kerstboom, in alle kleuren van de regenboog, stond misplaatst te schitteren bij dertig graden Celsius. Nee, zon en kerst gaan niet samen. Op kerstdag moet het sneeuwen, of op z’n minst grijs zijn. Zon en warmte zijn grote spelbrekers, die twee dagen in het jaar.

Vorig jaar gingen we op wintersport. Ik dacht, als ik een leuk huis vind, in de sneeuw, zoals in Wham’s ‘Last Christmas’, dan hebben we toch de ideale kerstsfeer. Hoeven we niet in een week heen en weer te scheuren zoals in de voorjaarsvakantie, maar hebben we nog een paar vrije dagen eromheen. Bovendien is het waarschijnlijk minder druk op de pistes. Met een ander gezin hebben we dagen en dagen over het internet gesurft. Dat viel niet mee. Echt mooie sfeervolle huizen waren onbetaalbaar. En betaalbare huizen zagen er van buiten wel leuk uit maar waren van binnen zo steriel en modern dat ik er geen warme gevoelens bij kreeg. Totdat ik het na driehonderd huizen wilde opgeven en toch nog een sfeervolle hut in de schoot geworpen kreeg. Een oude boerderij, alles van hout, met open haarden, een grote eettafel en zelfs een biljarttafel. Zo had ik het me voorgesteld, en als het aan mij lag, gingen we er dit jaar weer heen. Maar: de kinderen willen niet. Althans, niet met kerstmis. Kerstmis moet thuis. Want in de Alpen hadden we geen boom. Geen kerstversiering en nee, ook geen cadeautjes. Cadeautjes moet namelijk onder de boom, dat is dan weer mijn mening, en geen boom: geen cadeaus.  Maar ook als ik voorstel om de kerstboom op de dakkoffer te binden en alles mee te slepen, ze willen ’t niet. Kerst moet thuis, bij ons eigen vuur, met onze eigen beesten erbij en met onze familie. En gelijk hebben ze ook eigenlijk. Ik tik dit op mijn bank, met een vuurtje rechts en de Carpenters op links, buiten is het vandaag nauwelijks licht geweest en het is hier heerlijk.

Follow

Sssssssst!

Sssssssst!

Er was laatst een stel aan het ontbijt die mij vroegen hoe ik het voor elkaar kreeg dat onze drie jongens allemaal al naar school waren vertrokken en dat zij dat helemaal niet gehoord hadden. “Als onze dochters wakker zijn stampen ze door het huis en slaan ze met de deuren, dan heeft het nauwelijks zin meer om in bed te blijven liggen.”
Sja. Ik kon natuurlijk in details treden over de stressmomenten hier in huis, maar ik heb alleen verklapt dat ik waarschijnlijk ‘best streng’ ben.

Streng is mild uitgedrukt. Alles wat ook maar een beetje storend zou kunnen doorwerken naar de B&B kamer is gewoon verboden. Ja, mijn mannen lijden. Of hebben geleden. Inmiddels heb ik ze aardig getraind. In den beginne had ik echt zware stress als er een de trap af rende, als de garderobekast werd opengedaan (piept), als de garderobe kast werd dichtgedrukt (klemt, dus lawaai), als mijn man met schoenen aan over de parketvloer liep, als de poes te hard door het kattenluik vloog, als de jongens ruzie kregen, als er een schooltas op de grond werd gekwakt, als mijn man het waagde om de afwasmachine te gaan uitruimen, als ze de voordeur dicht lieten vallen, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het zweet liep mij dus bij het minste of geringste over de rug, terwijl ik het ontbijt maakte. Sissend en wild gebarend sloeg ik mij door de ochtend en ik kon pas opgelucht ademhalen als iedereen de deur uit was, of als ik merkte dat de gasten al wakker waren en absolute stilte niet meer noodzakelijk was.

Erg was het ook toen de gemeente besloot de oever te gaan renoveren. De oever van de Vecht ligt op nog geen vijf meter van het raam van de B&B, en ze kwamen met zwaar geschut. Graafmachines, pontons, zagen en heimachines. Nog erger was dat ze in alle vroegte begonnen, half zeven gingen de spotlights al aan en de radio op 538. Gelukkig had ik die weken voornamelijk zakelijke gasten; ‘vroege vogels’ en voor de latere had ik oordopjes. Sneuer was het toen een bruidspaar werd gewekt door een bladblazer en een elektrische heggenschaar van de overbuurman. Ik zou wel een bord in het dorp willen hangen “SSST”. Zodat geen enkele vrachtwagen hier meer langskomt, geen enkele plantsoenendienstman het nog waagt zijn kantjesknipper aan te zetten voor tien uur ’s ochtends.

Mijn overbuurvrouw belde laatst voor dag en dauw aan, ook een doodzonde trouwens, maar ze deed het gelukkig vrij voorzichtig -de pakketbezorger rukt altijd aan de trekbel alsof hij dóór die muur heen moet. Ik schrok van haar luide toon. Ze was niet boos of zo, ze praatte gewoon. Maar wij zijn inmiddels gewend om te fluisteren. Wij gaan fluisterend en op sokken door het huis als er gasten zijn. En hoewel ik geen idee heb of er ooit iemand last van ons heeft gehad toen we het ons nog niet eigen gemaakt hadden, is het heerlijk, die rust in huis. Ik zou het iedereen aanbevelen.

Follow

ZZP

Een B&B als deze, aan huis, heeft natuurlijk geen personeel. Dat is nog wel eens onduidelijk sinds ik op een grote boekingssite sta tussen de grote hotels. Mensen denken vaak dat ik meerdere kamers verhuur en dat hier 24/7 een receptionist aanwezig is, maar helaas, die receptionist ben ik en ik moet ook wel eens de deur uit of slapen.

Er staat in de boekingsbevestiging dat inchecken mogelijk is tussen 17.00 en 22.00 maar niet iedereen leest dat. Dus het is wel eens gebeurd dat er tussen de middag een stel Russen op de stoep stonden waar ik geen contact mee had kunnen krijgen en die hooglijk verbaasd waren dat de deur niet werd open gedaan. Prettig in dit geval was dat zij geen Engels spraken en ik geen Russisch, dus dat werd geen lange discussie!

Een voordeel van zo’n personeel-loos tokootje is dat je een heleboel leert. Ik kan nu een website maken en onderhouden, gaten boren, net stond ik nog teflon tape om de schroefdraad van de douchekraan te draaien en laatst graaide ik met mijn handen in de afvoerpomp van de w.c., omdat er een verstopping in zat. Als om 1700 de volgende gasten binnenkomen, dan heb ik weinig keuze dan zelf actie ondernemen.

Behalve een kleine overstroming in de badkamer, een kapotte lamp en een wifi verbinding die het niet deed is er gelukkig nooit iets echt fout gegaan. Ik heb me eens verslapen en kon alleen op tijd ontbijt leveren als ik zelf onopgemaakt en in badjas het dienblad ging brengen. Die gast heb ik nooit meer terug gezien.

De minpunten in de reviews van gasten zijn altijd zaken waar ik geen invloed op heb: “er luidt een kerkklok in het dorp, elk uur van de nacht”, “de B&B is 6 km van Utrecht vandaan”, “Het kasteel was gesloten toen wij er waren”. Elke keer weer een grote opluchting om te lezen. Want dat is dan weer het nadeel van geen personeel: je kunt nooit iemand anders ergens de schuld van geven!

Follow