Select Page
Een mirakel bij de kapper

Een mirakel bij de kapper

Wat doet een kapper toch met je haar waardoor het altijd beter zit dan je zelf ooit voor mogelijk had gehouden? En hoe kan het dan dat ik er na een eerstvolgende wasbeurt weer bij loop met een bos stro?

Ik heb me laatst laten knippen met een nieuwe krullen techniek. Nu zit ik sinds een aantal jaren erg regelmatig bij de kapper omdat ik anders als een volledig grijze duif door het leven zou moeten en daar vind ik het nog iets te vroeg voor. Voor die tijd kleurde ik mijn haar zelf maar dat moest op een gegeven moment zo vaak dat al die lagen verf op elkaar steeds donkerder werden. Honingbruin werd ravenzwart en dat was toch niet de bedoeling.

Knippen doet meestal een goede vriendin van mij, een vakvrouw overigens. Maar de “City Spa” waar ik gekleurd wordt, daar hadden ze het uitgebreid met me gehad over die nieuwe techniek. Ideaal voor mijn haar. Ze hadden er een speciale opleiding voor gevolgd, een speciale schaar, en ze knipten lokje voor lokje met een speciale draai. Ja, het was alsof ze alles alleen voor mij in stelling hadden gebracht. De kapster zelf heeft ook krullen en die zitten wonderbaarlijk mooi: ja hoor, geknipt en verzorgd met het krullenarrangement! Dat trok mij uiteraard over de streep, een betere reclame is er niet. Pijpenkrullen van kruin tot punt, wie wil dat niet?

Twee keer zo lang zat ik in de stoel en ik moest twee keer zoveel betalen als voor een normale knipbeurt. Een speciale kam werd ook aanbevolen. En toen ik onder de climazon vandaan kwam (de droogkap van tegenwoordig) was daar de openbaring: alle lokken krulden. Van boven tot onder, in schitterende gedraaide strengen. A miracle.

Maar het mirakel heeft slechts drie dagen standgehouden. Daarna waste ik het zelf, gebruikte braaf de kam die ik erbij had gekocht, masseerde netjes de aanbevolen creme in de lokken, hing met mijn hoofd ondersteboven om alles er goed in te kneden zoals de kapster het ook deed, en toen moest ik afwachten bij gebrek aan climazon.

Een uur later zag ik er toch heel anders uit dan die middag bij de kapper. Gewoon weer zoals altijd, een paar goeie krullen ergens in mijn nek en de rest kroes.

Had ik dan toch die tube “curl treatment” erbij moeten kopen? Of ben ik vergeten de creme lok voor lok aan te brengen? Zal ik zo’n climazon in huis halen? Andere shampoo dan?

Ik vrees dat een personal hairdresser, naast de personal trainer, de enige mogelijkheid is. Ik heb het niet in de vingers. Een andere, goedkopere, mogelijkheid is, om de spiegel zo min mogelijk op te zoeken. Dat is sowieso een beter idee op deze leeftijd. Misschien dat ik dat als nieuwe techniek in de markt ga zetten.

Follow

Mijn skere paarse bolide

Mijn skere paarse bolide

Ik rijd al veertien jaar in dezelfde auto, een hele grote Volvo 940, in de kleur paars (violet, volgens de verkoper). We hebben hem gekocht omdat ik op een gegeven moment drie luier dragende kinderen had en een dubbele kinderwagen die in geen enkele andere achterbak paste, zelfs niet helemaal gedemonteerd.

Mijn Volvo was al vijf jaar oud toen ik een proefrit maakte en ik vond ik het net een koets. Hij kraakte een beetje her en der, ik zat heel hoog en ik had een zee van ruimte om me heen. Het is bovendien een automaat en een Volvo heeft volgens mij de kleinste draaicirkel aller auto’s, dus ik kan met een pink aan het stuur straatje keren. Ik ben er een hele verwende automobilist van geworden.

Omdat -ie al oud is kan een deuk of krasje me niet schelen, de hond springt achterin al zit er een halve sloot in z’n vel en ontelbare ritten naar de vuilstort zijn er al mee gemaakt. Er passen acht eetkamerstoelen in, een behoorlijke kledingkast, een gestrekte hele fiets of een paar vouwfietsen, een fijne drie-zitsbank en een stuk of elf kleuters, al schijnt dat tegenwoordig niet meer te mogen bij gebrek aan voldoende gordels.

Automerken, prestaties, types, uitvoeringen of kleuren interesseren mij niet zo (tot frustratie van mijn oudste zoon die erover kan blijven praten) Als het maar rijdt. Maar met Volvo heb ik toch een bandje, want die had mijn vader ook altijd. Als ik vroeger in mijn bed lag en mijn ouders waren uit, dan kon ik pas lekker slapen als ik die trouwe Volvo aan hoorde komen, en ik herkende hem altijd al zodra hij de straat in draaide. Ik heb er ook weleens van Hilversum tot Zuid-Spanje in de achterbak gezeten, op zo’n uitklapstoeltje waarbij je verkeerd om zit. Tussen de koffers en de tassen, een aparte ervaring.

Tot voor kort was het niet in me opgekomen om deze auto ooit weg te doen, maar er gaan steeds meer stemmen in mijn hoofd roepen dat het nergens meer op slaat. Hij zuipt als een ketter, ik zit er sinds een jaar meestal in mijn eentje in, voor de laatste APK moest er voor een bedrag met drie nullen aan vertimmerd worden, en al zouden we de hele garage leeg halen, ik vraag me af of hij er dan in past. En toen ik laatst mijn jongste zoon van school haalde schaamde hij zich voor mijn ‘skere*’ auto tegenover zijn vrienden. Nu is dat wel de laatste reden om de Volvo in te ruilen, die kleine gaat maar mooi weer fietsen in de zeikende regen. Want veel mensen kennen mij alleen maar van mijn auto, het is een verlengstuk van mij, die skere paarse bolide, het is de enige in deze kleur die in de omgeving rond rijdt.

En als ik dan een klein zuinig autootje moet, wat voor eentje gaat dat dan worden? Ik vind ze niet leuk, die kleine autootjes, hoewel, een Fiatje.. maar daar past zelfs de hond niet in. En als er dan een kind met een lekke band staat, hoe moet dat dan? En als er weer een tweepersoons bed van marktplaats moet worden gehaald? Of de kerstboom, toch een jaarlijks terugkerend evenement waarbij mijn Volvo onmisbaar is!

Ik weet niet of er na mijn 940 nog een weg terug is. Ik heb alleen één heel klein wensje als ik dan in iets anders moet gaan rijden, namelijk centrale slotvergrendeling met afstandsbediening. Dat vind ik toch zo cool, zo’n blieper aan je sleutelhanger en dat alle sloten dan tegelijk dichtklikken terwijl je al weg loopt. Dat heeft mijn Volvo niet, en dat is toch wel skeer.

*skeer is zijn lievelingswoord en betekent zoiets als “armoedig”

 

Follow

Zullen we emigreren?

Zullen we emigreren?

Er zijn van die momenten in het leven dat de sleur zodanig is toegeslagen dat ik er radicaal uit wil breken. Vorige maand had ik het weer toen ik in een glossy magazine een prachtig landhuis te koop zag staan in Frankrijk, met notabene een gastenverblijf erbij met zes kamers, groot stuk land, boomgaard, de hele mikmak. Helemaal af, aan een riviertje, zwembad erbij. Voor een prijs waar je hier net een huis met garage voor kunt kopen. Dan kijk ik door het raam naar de grijze lucht met motregen en dan vraag ik me hardop af wat we hier in godsnaam nog doen?! Laten we gaan! Mijn man gaat daar heel lang in mee. We lezen het eens goed door, zoeken informatie op internet, slaan al aan het rekenen. Totdat ik merk dat hij helemaal niet weg wil. Dat hij mij alleen maar even in die waan laat. Heel verstandig van hem, want zo gaat het al jaren en het gaat steeds vanzelf weer over.

Op vakantie gebeurt het ook altijd. Deze zomer nog in Spanje stonden we likkebaardend voor de vitrine van de plaatselijke makelaar. We hadden van huis geruild, dus we leefden daar al echt, vonden we. Deden de boodschappen in de buurt, kookten zelf, lieten de hond uit. Maar wel onder een stralende zon, met bergen en strand in de buurt en een zwembad in de tuin. De Engelse makelaar stapte direct op ons af, wilde meteen met ons gaan bezichtigen, er was keuze genoeg. De hele costa is daar zo volgebouwd met voornamelijk leegstaande huizen dat je er voor een prikkie kunt kopen. Wat het dan ook weer onaantrekkelijk maakt. Bebouwing om je heen zonder bewoners heeft iets heel naargeestigs. Zit je daar op je berg zonder buren, of met steeds wisselende huurders. Dat bedenk je dan in die vijf minuten voor die vitrine en dan is het weer klaar. We doen het niet. Maar even ervan dromen kan geen kwaad.

Vlak voordat we een huizenruil met Canada gingen doen waren we iets serieuzer. Stel je voor dat al die ruimte en natuur daar echt heel aantrekkelijk is. Stel dat Vancouver inderdaad een geweldige stad is. Stel dat de jongens het daar ook fantastisch vinden? We hadden er een super huis, met een te gekke tuin waar ze serieus op konden voetballen, waar ze zelfs omheen konden fietsen. Waar ze met een buks konden schieten zonder dat er een buurman kwam zeuren. We hadden er een giga keuken en een hottub en een enorme pick-up truck. En we konden inderdaad in een paar uur naar de Rocky Mountains, of naar het strand, of naar de grote stad. En de bergen waren hoog en de meren blauw en de beren echt. Maar wilden we er wonen? Nee. Eigenlijk wisten we dat al heel snel. Zo’n hoeveelheid ruimte kan ook verlammend werken. We hadden nog maar een fractie van het hele land gezien maar de afstanden waren al zo groot en de natuur zo prachtig, hoe zou je hier ooit kunnen kiezen waar je wilde settelen? En wat we direct misten: een dorpskern, een stadscentrum met kleine straatjes, winkels, kerken en voetgangers. Kortom: gezelligheid.

We waren de enigen die op een groot winkelterrein lopend van de ene zaak naar de ander gingen. Er waren niet eens stoepen, alleen parkeerplaatsen. In feite zag je niemand op straat. Het restaurant waar we gereserveerd hadden bleek op een soort industrieterrein te liggen, ook al geen hond te bekennen, het leven daar werd geleefd achter deuren van auto’s en gebouwen. Nee, het gras was daar heus niet zoveel groener.

Canada wordt het dus niet. Het wordt denk ik sowieso niks meer met onze emigratiedromen. We zijn te laat. De jongens willen niet echt, en gaan al bijna hun eigen weg. Splitst je gezin ineens in tweeën. Komen ze nooit meer ‘even’  langs. Ik moet er niet aan denken. Bovendien; ik was dit weekend in de Rijp, in Noord-Holland. De zon scheen, er was een midwinterfeest aan de gang, het was één grote Anton Pieck ervaring, iedereen was vrolijk en als je op de dijk stond keek je uit over kilometers weiland. Prachtig is ons land! Prachtig, ruim én gezellig. En wat zeur ik eigenlijk, vanuit ons raam thuis zie ik regelmatig een grijze lucht maar ook bomen en een rivier en dat gastenverblijf is er ook al. Zo gaat het moment weer voorbij, lekker terug in de sleur. Er is niks mis met onze sleur.

Follow

Uitdaging of afwijzen?

Uitdaging of afwijzen?

Als B&B houder ben je vaak maar een eenzame ziel. Ik heb geen collega’s, geen medewerkers, geen baas, ik beslis alles in mijn eentje. Natuurlijk is dat precies wat ik nu zo leuk vind aan dit bestaan, maar soms wil ik ook wel eens een potje klagen of raad vragen aan soortgenoten. Internetforums van B&B eigenaren zoek ik dan op. En dan blijkt dat we allemaal ongeveer dezelfde rare dingen meemaken.

Zo las ik dat er bij een B&B een kamer werd gehuurd voor een week door een alleenstaande vrouw. De dame verliet nooit de kamer, sterker, ze kreeg steeds bezoek. Van mannelijke gasten, in dure auto’s, de één na de ander. Je denkt en voelt van alles, maar wat doe je dan als eigenaar? Op zulke zaken ben je niet voorbereid, je verwacht niet dat iemand de brutaliteit heeft om jouw kamer als pees kamer te gebruiken. Je kunt het bovendien waarschijnlijk niet eens bewijzen.

Bij mij was het niet zo overduidelijk, maar ik heb weleens een aanvraag gehad van een man die zijn vriendin van Schiphol zou halen, dan even wilde ‘uitrusten’ bij ons, overdag tussen 12.00 en 16.00, en daarna zouden ze doorrijden naar het oosten van het land. Ik vroeg me af hoe vermoeiend het nou écht was om even door te rijden, maar bedacht me later dat het verhaal waarschijnlijk niet helemaal waar was. Ik heb het in elk geval afgewezen omdat ik het vooral vaag en lastig vond.

Een andere keer ging het slinkser, ik kreeg een boeking binnen met de uitdrukkelijke vraag of het bed uit twee of één matras bestond. De dag ervoor vertelde de boekster me dat ze om 12 uur al wilden inchecken. En pas de dag zelf mailde ze ’s morgens dat ze geen ontbijt hoefden. Toen heb ik vriendelijk maar resoluut terug gemaild dat ze dan waarschijnlijk niet voor een overnachting kwamen en dat dat niet de bedoeling was van mijn B&B. Ik vond het best truttig van mezelf, en ik zag eerlijk gezegd ook een hele nieuwe markt ineens: ik kon de B&B zomaar als romantische plaats voor overdag aanbieden voor geheime verliefden! En ’s avonds gewoon voor de doorsnee gast! Dubbel verdienen! Maar nee, het stuitte me erg tegen de borst. Ik hou helemaal niet van stiekem gedoe en ik zie het al voor me dat er verhitte toestanden in mijn kamertje plaatsvinden terwijl ik daar boven sta te strijken, bij wijze van spreken. Terwijl dat natuurlijk ’s nachts evengoed gebeurt, sja, maar dan ligt het er meestal niet zo dik bovenop en ik strijk nooit ’s nachts.

Een aanvraag voor alleen een douche heb ik laatst wel toegestaan, omdat ik het me zo goed kon voorstellen. Twee collega’s kwamen ’s morgens aan op Schiphol van een lange vlucht en ze wilden zich heel graag opfrissen voordat ze doorgingen naar hun zakelijke afspraak hier in de buurt. Het was het kortste bezoek ooit. Binnen een uur waren ze weer weg, ontbijt sloegen ze af en ik weet zeker dat er alleen gedoucht is. Je voelt je ranzig en verkreukeld na een nachtvlucht, ik snap het wel. Het was een klein risico, want die dag had ik ook een gewone boeking, maar het pakte goed uit.

Er zijn gasten geweest die mijn grenzen probeerden op te rekken. Een vrouw die eigenlijk ook graag wilde dat ik het diner voor haar klaarmaakte omdat ze de restaurants in de buurt niet goed genoeg vond. Die dame was sowieso een enorme uitdaging want ze bleef een hele week en leek met niets tevreden. Ze liet me bijvoorbeeld elke ochtend een koolhydraatvrij ontbijt maken maar raakte het nooit aan. Sommige gasten kon ik afwijzen voordat ze arriveerden: Een Russisch stel dat niet samen bleek te komen maar met hun dochter van 11, maar die zou wel tussen hen in slapen; Een gezin dat vroeg of ik er niet twee matrassen bij kon leggen; Een man die pas om 1 uur ’s nachts wilde inchecken.  Maar staan ze eenmaal voor je deur, dan kun je niet zoveel meer. De enige gast die me heeft opgelicht belde ’s avonds vrij laat op, klonk gehaast en in nood en deed me geloven dat hij al vaker in de buurt had overnacht. Zijn gebruikelijke adres had geen plek en of hij bij mij terecht kon. Het zou voor vijf nachten zijn. Ik had toen nog niet zo veel aanloop en accepteerde. Maar toen hij eenmaal hier was aangekomen, in het donker, enorm groot en sterk, zonder identiteitsbewijs, toen vertrouwde ik de boel voor geen meter meer. Uitgerekend die avond was ik alleen thuis met de kinderen en ik heb geen oog dicht gedaan. De meneer heeft desondanks een riant ontbijt gekregen en is toen met de noorderzon vertrokken. Mijn gevoel klopte dus wel, maar kon ik dat hardmaken aan de deur?

Liever eerder ingrijpen dus. Bij de twee jonge bezoekers van een tijdje terug had ik daar geen kans toe. De heren boekten eind van de middag en stonden een kwartier daarna al aan de deur. Aller-charmantst waren ze maar ze ontweken elke poging van mij om er achter te komen wat ze in dit dorp kwamen doen. Stapels cash geld hadden ze op zak, hun namen waren op google niet te vinden en ze hadden een vreemd adres opgegeven. Toen sliep ik ook niet zo lekker. Ik heb de dag erna booking gemeld dat ik geen last-minute gasten meer wil. Telefonisch mag iedereen nog een poging wagen maar dit overviel me te zeer.

Op die internetforums kom ik de vraag vaak tegen; wat accepteer je en wat niet. En hoe breng je het als je iets niet accepteert? Is het een uitdaging of moet ik deze gasten afwijzen? Altijd leuk om te lezen hoe anderen iets oplossen. Ben je toch even niet meer die eenzame ploeteraar.

 

Follow