Select Page

Gênant

by | mrt 7, 2014 | toestanden

Ik had een gênant momentje vandaag. Het was lente-achtig weer, een rustige vrijdag met de belofte van zon voor het hele weekend, kortom, de uitgelezen dag om de hogedruk spuit ter hand te nemen. Die hebben we vorig jaar gekocht en wat een fantastische aanschaf is dat! In een mum van tijd zijn al je tuinspullen weer brandschoon en neem je gemakshalve ook meteen de hele gevel, de voordeur, het hek, het hondenhok, de plantenbakken, de stoep, de straat en de dorpsbrug mee.

Omdat ik geen modder in de tuin wilde, zette ik de stoelen even op het pad naast de tuin. Dit is een zogenaamd jaagpad. Daar liep vroeger het paard dat de trekschuit over de Vecht trok. Belle van Zuilen zelf kwam regelmatig met de trekschuit vanaf de Kromme Nieuwegracht te Utrecht naar Slot Zuylen en stapte dan ongeveer hier uit. Een reis van twee uur, destijds. Maar dat terzijde. Dat jaagpad loopt feitelijk dwars door onze tuin, en die van een aantal buren, en is nu natuurlijk vooral bestemd voor wandelaars.

Maar goed, ik sta op dat jaagpad in opperste concentratie mijn tuinbank te kärcheren, staat er ineens een klein vrouwtje in mijn persoonlijke zone en voor ik het weet slaak ik een keiharde gil. Waarop zij ook ontzettend schrikt en stamelend probeert uit te leggen dat ze er graag langs wil. Het duurde even voor ik begreep dat ze gewoon aan het hardlopen was en er niet zomaar kon passeren zonder drijfnat gespoten te worden. Ik had haar door mijn kärcher niet horen naderen. Na de gil kreeg ik de slappe lach en die hield nog aan toen zij allang weer uit het zicht was. Als iemand me op dat moment had gezien, was dat behoorlijk awkward: een kärcherende vrouw, in haar eentje, slap van de lach.

Waarom, vroeg ik mij weer eens af, waarom moet ik toch altijd zo hard gillen als ik schrik? Waar slaat het op? In mijn jeugd gilde ik om de haverklap, omdat mijn leven werd geterroriseerd door mijn broer, die het als levensdoel gemaakt had om mij te laten schrikken. De hardste, meest verontrustende gil, slaakte ik toen ik uit was geweest met een vriendinnetje. Het was zeker drie uur ’s nachts. Wij zetten onze fietsen bij mijn ouderlijk huis en gingen naar binnen door de achterdeur in de bijkeuken. Recht daartegenover was een deur naar de schuur, met een raampje, en ernaast was een deur naar de garage. Terwijl wij stilletjes en nuchter binnenkwamen, zoals het nette Gooise meisjes van zestien betaamde, lichtte er plotseling een hoofd op achter dat raampje en knetterde het geratel van een kettingzaag en het gebrul van mijn broer uit de garage. Ik klapte dubbel van schrik, gilde zo hard dat mijn vriendinnetje die hele kettingzaag niet hoorde en met haar gil erbij was het dus van het ene op het andere moment een hels kabaal in die bijkeuken. Gierend van de pret kwam mijn broer met de zaag tevoorschijn en zijn lelijke vriend met een zaklamp uit de schuur. Uren hadden ze ons opgewacht en zich zitten verkneukelen. Mijn arme vriendin, oudste van twee onschuldige zusjes, heeft er bijkans een trauma aan overgehouden. Ik was wel wat gewend, maar dit overtrof alles. Nog uren daarna had ik pijn in mijn middenrif en een schorre keel.

Afgelopen maandag gilde ik ook nog toen mijn schoonmoeder mij van achteren besloop terwijl ik naast een draaiende wasmachine stond te stofzuigen. Ze sloop natuurlijk helemaal niet, ze was zich van geen kwaad bewust, maar mensen moeten mij gewoon niet benaderen als ik ze niet kan horen aankomen. Vandaag dus wéér en nu moet het maar eens afgelopen zijn. Een meisje van zestien heeft nog iets aandoenlijks, maar een vrouw van vijfenveertig moet zich toch een beetje kunnen beheersen.

Follow