Select Page

Leven met een pup (deel II)

by | feb 4, 2014 | toestanden

Het gaat so far so good met onze nieuwe aanwinst: De Dibbes is inmiddels zindelijk, kan traplopen, slaapt de hele nacht beneden in zijn bench en snapt inmiddels dat wij niet bij elke snuffel-gelegenheid op hem gaan staan wachten.

Een jachthond snuffelt vaak en lang. De tip die wij kregen bij de puppycursus was: haal hem uit zijn ‘wereldje’ met een brokje, maak een feest en zorg dat het bij jou leuker is. Niet te ver gaan, in een cirkel van 10 meter in de buurt blijven.

Weet je hoe dat er uit ziet? Twee volwassen mensen die de aandacht willen van een hond die volledig in beslag wordt genomen door iets wat onder de bladeren ligt? Ze roepen, fluiten, houden hem brokjes, takken en speeltjes voor, fluiten nog maar es en gaan heel gek doen als hij verstoord opkijkt. Ik heb even gedacht dat we een dove pup hadden getroffen. Onze hond negeert alles en loopt pas weer mee als hem dat goed dunkt. Drie meter verder, zelfde verhaal.

Geduld heb ik niet en ik vind dat het baasje DE baas moet zijn, die derhalve het tempo en de route van een wandeling bepaalt. Dus ik pak het inmiddels anders aan: ik loop gewoon door, in stilte. Hij regelt maar dat -ie op tijd ziet waar ik ben en dat -ie me volgt. Dat had ik niet helemaal zelf verzonnen trouwens, dat stond ergens op YouTube en dat leek me een uitstekend idee. Gesteund door de leden van het Friese Stabij forum en met behulp van heerlijke worst hebben wij de Dibbes inmiddels getraind in de nieuwe tactiek.

De puppycursus, die iedereen tegenwoordig schijnt te doen, hebben we gelaten voor wat het was. Het principe ‘fout gedrag negeren en goed gedrag belonen’ begrepen we na een uurtje ook wel, daar hoefden we toch echt geen acht zaterdagen voor terug te komen. Bovendien: fout gedrag bestraffen wil ook wel eens prima uitpakken. Dibbes begrijpt het heel goed als ik met grote ogen en  opgeheven vinger “EN NU IS HET AFGELOPEN!” sis. Dat was toen ie ’s nachts weigerde te gaan slapen en luidruchtig aan zijn mand bleef knagen, naast ons bed welteverstaan. En een keer toen ie mij een heel weiland terug liet lopen omdat de nieuwe tactiek nog niet helemaal was doorgedrongen. Ik geloof niet dat ie er een trauma van heeft opgelopen. Mijn kinderen hebben ook op die manier geleerd wanneer de grens bereikt is.

Het meest opmerkelijke van ons leven met de pup vind ik de hoeveelheid nieuwe ‘vrienden’ die je krijgt. Hondenbezitters dus. Al die mensen die je op je wandeling tegenkomt en waarmee je ineens gesprekjes hebt. Mensen wiens naam je nooit zal weten, alleen die van hun hond. Gesprekken die zich uitsluitend beperken tot de leeftijd van de hond, het ras en al zijn talenten en tekortkomingen. Sommigen weten al van verre dat Dibbes eraan komt, terwijl ik mijn hersens af pijnig over de naam van hun hond en waar ik die ook alweer eerder ben tegen gekomen. Zoveel nieuwe kennismakingen in zo’n korte tijd kan mijn brein niet aan.

Voor eenzame mensen is een pup dus ideaal. Voor mij hoeft het niet zo nodig, dus ik ga geheel in lijn met de rest van mijn gewoontes (routine vermijdend), altijd op verschillende plekken wandelen. In het weekend samen ergens anders in het land. Zo komen we nog eens ergens, met de pup. En wat vinden we het heerlijk, dat wandelen. Uren ben ik in de buitenlucht tegenwoordig, en dan is het nog winter! Missie geslaagd dus, het leven met hond is fijn.

Follow