Select Page
Paniek op de sloep

Paniek op de sloep

Klein Zuylenburg ligt aan de rivier de Vecht. Mijn husband is opgegroeid met surfplanken en zeilboten. Ik niet. Ik vind varen wel leuk maar alleen met heel mooi zomerweer en als er land in zicht blijft binnen zwembare afstand. Voor mij hoefde het dus allemaal niet, maar husband moest en zou een boot. Hij kon toch niet een huis met een steiger kopen zonder daar een boot aan te leggen.

Ik zag het verschil tussen de ene en de andere boot werkelijk niet, maar ik begon er na een aantal weken studie gevoel voor te krijgen. Je hebt lompe sloepen en sloepen met een mooi ‘lijntje’. Houten, ijzeren en polyester sloepen. Hele comfortabele keurige sloepen met een stuurtje, een tafeltje en kussens all over the place en afgeragde feestsloepen met een houten bank en een helmstok. We zagen ze hier in alle soorten en maten voorbij komen. Het moest in elk geval een boot zijn die onder alle bruggen in de Vecht door kon, want elke keer filevaren leek ons niks. Met zijn contacten in Friesland bleek onze toekomstige sloep echter niet gewoon in Loosdrecht te koop te liggen, maar in Gaastmeer. Een schattige houten boot, een Zweedse Sneepa, met een dieselmotor uit 1960, een mooi ‘kontje’ en een kleine kajuit, dat leek ons handig voor als het ging regenen en voor een wc.

We konden hem voor een prikkie overnemen, hij moest alleen wel even verplaatst worden naar de provincie Utrecht. We maakten er een uitje van. Vier dagen trokken we ervoor uit, met het hele gezin, in een voorjaarsvakantie. Van dat hele gezin kon er maar eentje echt varen.

Nu kom je onderweg van Friesland naar de Vecht een enorm aantal sluizen, bruggen en andere  obstakels tegen waar ik nog nooit mee te maken had gehad. Ik kende de regels niet, ik wist niks van scheepsjargon, touwen en knopen, laat staan van wind en stromingen. Voor mijn husband was dit alles zo vanzelfsprekend dat hij niet de moeite nam het een en ander uit te leggen. Het kan ook zijn dat hij mij enorm overschatte, of dat hij mij op de proef stelde. Hoe dan ook, de eerste sluis die wij naderden, naderden wij niet alleen.

– Gaan we nu niet botsen? vroeg ik.

– Ja, gooi maar even de stootwillen uit.

Een echte kapitein laat die stootkussens echter niet zomaar hangen, maar die bergt ze steeds weer op en maakt ze steeds weer vast, met een fantastisch mooi knoopje. En dat moest ik nu doen maar ik had geen idee. Gewurm dus, met touwtjes, gehaast.

– Hoe moet dit? Had dat eerder gezegd. Hij hangt veel te laag. Hoe krijg ik dat ding omhoog? Kun je niet even helpen?

– Nee ik moet sturen, laat maar zitten zo en maak het voortouw vast, we moeten aanleggen in de sluis.

Voortouw, totaal in de knoop.

– Waar moet het aan vast? Die paal?! Daar kan ik helemaal niet bij! Gooien? Hoe dan? Plons, de hele kluwen het water in.

– Eerst uit de knoop halen, Liesbet (zo noemt ie me alleen als ie boos en/of teleurgesteld is) Zo lukt het natuurlijk niet, maar wel opschieten nu anders waaien we de verkeerde kant op!

Nog een keer gooien, weer mis, paniek.

– Leg me dan ook eens wat uit! Hoe moet dit dan? Jij zegt ook niks totdat het moet gebeuren! Ik heb dit nog nooit gedaan!

– Afhouden!!

En dan een Duitser treffen op het achterdek van een luxejacht die alles allang op orde heeft, hoofdschuddend toekijkt en uitlegt: “Ruhig bleiben, man muss nur ruhig bleiben”. Bij verdere sluizen zelfde paniek, en een horde ijsjes likkende toeschouwers. En altijd kinderen die in het heetst van de strijd ineens ruzie krijgen, voor je voeten gaan lopen, naar de w.c. moeten of bijna overboord vallen. Tevens heb ik zeker tien keer mijn tenen gestoten, mijn vingers tussen kant en wal gekregen en mijn kop geschampt in de kajuit. Ik zag er de lol niet van in, die eerste twee dagen. Maar de derde dag kwam de zon door, had ik inmiddels in de avond geoefend met touw gooien en knoopjes leggen en ging ik met iets meer vertrouwen de crisissituaties tegemoet, onderwijl ‘ruhig bleibend’ of in elk geval ‘ruhig’ lijkend. En wat had Nederland een prachtige havenstadjes! En dan die Weerribben! En de randmeren! En onze Vecht!

Bij de laatste brug in Maarssen, op de laatste dag, vlak voordat we thuis waren, bleek dat onze boot te hoog in het water lag. De ramen op de kajuit waren net te hoog om onder de brug door te varen.  Onze Sneepa moest helaas worden aangepast, we hebben de ramen er af laten zagen. Maar het moet gezegd, het is volgens ons nog steeds het meest charmante bootje in de Vechtstreek en we hebben er al acht jaar enorm veel plezier van. Zelfs ik! Ik heb inmiddels ook al twee zeilvakanties meegemaakt, maar daarover later meer.

 

Follow

Leven met een pup

Leven met een pup

Mijn husband en ik zijn niet te evenaren als het gaat om het nemen van belangrijke beslissingen. Daar wijden we meestal maar een paar regels tekst aan en aan bedenktijd doen we al helemaal niet. Twee weken na onze eerste kennismaking rukte hij een bos bloemen uit een vaas en ging op zijn knieën in een vol restaurant met allemaal vrienden erbij. Voor de vorm wendde ik wat twijfel voor want ja, dit was best raar, maar ik wist heus wel dat ik ja ging zeggen en nog met ‘m zou gaan trouwen ook. Gezinsuitbreiding ging als volgt: “Ik droom al een paar nachten dat ik zwanger ben. Volgens mij wil ik het gewoon. Wil jij het ook?” “Ja, we kunnen wel wachten maar waarom eigenlijk?” “Laat ik maar stoppen met de pil, misschien duurt het wel een jaar.” Een maand later zat ik met twee dikke strepen op een Predictor test.

Ongeveer zo ging het ook met de aanschaf van onze hond, drie weken geleden. Vier weken geleden liepen we door het bos. Samen, want puber jongens haten wandelen.  Mooi herfstweer, een onbekend bos, en wat andere mensen, MET hond. “Misschien, als wij ook een hond hebben, een speelse, eentje die echt lekker mee rent, dan willen de jongens ook weer mee naar een bos”, was het idee. Husband is opgegroeid met honden, ik ook, maar een eigen gezinshond was er nog niet van gekomen. Wel een parttimer; de hond van mijn vader kwam geregeld voor langere tijd logeren. Een schat van een beest, maar niet te porren voor een spelletje of een rondje hardlopen.

Thuis van de boswandeling gingen we apart van elkaar op internet op zoek naar leuke hondenrassen. Actief moest ie dus zijn, lief, niet al te groot en qua uiterlijk had ik ook wel een beeld. De Friese Stabij, De Drentse Patrijs, en de Border Collie bleven op de lijst staan. Husband, die zijn jeugd elk weekend en elke vakantie in Friesland doorbracht, had een voorkeur voor de Stabij. Sta-Me-Bij, wat een heerlijke naam, een hond die voor je werkt, die je troost in bange dagen, die de rotklussen opknapt (mollen en  muizen vangen) en je door dik en dun trouw blijft, wie wil dat nou niet. We hadden ook al wat nieuwgeboren hondjes gevonden. Om het idee wat kracht bij te zetten hebben we het de jongens verteld. Dan is er natuurlijk geen weg meer terug. Er dienden nog wat kleine twijfels overwonnen te worden: hoe zou het met de katten gaan? Gaat hij de kippen doodbijten? Hoe zou de hond reageren op in- en uitlopende B&B gasten? Wat doen we met hem de eerstvolgende reeds geboekte vakantie?

Welgeteld een dag erna stond ik ’s morgens de kippen te voeren, kwam er een Friese Stabij langs lopen. Ik heb de eigenaresse overvallen met vragen (ze woont gewoon in onze straat, nooit eerder opgemerkt), en toen was de knoop snel doorgehakt. Een nest dat al bij de moeder weg mocht was ook gauw gevonden en zo hadden we binnen een week na het idee, een hond.

Maar een hond is toch wat anders dan een pup. Daar hadden we allebei geen ervaring mee. Wel met baby’s, dus hoe moeilijk kon het zijn? Het leven met deze pup is dan ook een grote déjà-vu. Gebroken nachten, vroeg er uit ook in het weekend, honderd keer per dag met hond de tuin in of een rondje lopen, trainingscursus, spullen aanschaffen. Ruzie ook. “Waarom piept ie nou? Ik ga wel weer met hem naar buiten”. “Nee man, hij heeft gewoon honger.”” Ja maar gisteren moest ie ook meteen plassen toen ie wakker werd, en toen stond ik weer te dweilen” “Ik dweil wel tien keer per dag.”

Dat met die spullen is een wereld apart trouwens. Ik dacht dat een bench overbodig was, een doos was toch ook goed en later gewoon een mand. Maar die doos, daar sprong ie na twee dagen al uit, om lekker overal te plassen. Speeltjes vond ik ook onzin, maar nadat ie aan schoenen en sokken begon te knagen wemelt het hier van de botjes, piepballen en kauwsticks.  Sinds ik een hond heb zijn er twee nieuwe dieren speciaalzaken geopend, ik moet weerstand bieden, helder blijven.

Een boswandeling met hond EN de jongens is er nog niet van gekomen. Misschien was dat ook ijdele hoop. De oudste heeft niet zoveel met de hond, die trekt partij voor de katten, die vooralsnog een teruggetrokken leven leiden op de bovenverdieping. De andere twee gaan alleen met hem uit als het schema ze dat voorschrijft. Een schema ja, dat bleek ook nodig, om het ge-“ja-maar” te voorkomen.

We zien er niet uit, wallen onder de ogen -die deuken niet zo snel meer terug helaas- modderschoenen, makkelijke kleren, maar spijt hebben we niet. Weer of geen weer, we zijn veel vaker buiten, wandelen in deze omgeving is zeker geen straf, zoveel moois. En dat gekke beest verrast ons elke dag met z’n streken en zijn energie. Hij leert en groeit zoveel sneller dan een mensenkind, nog even en we hebben gewoon echt een hond.

Follow