Select Page
Leven met pubers

Leven met pubers

Een jaar geleden schreef ik nog een stukje over het leven met een pup. Dat had ik nu weer kunnen doen, want naast “ouwe Dibbes” (2 jaar) hebben we er nog een Friese Stabij bij genaamd Diesel (7 maanden). Maar als ik daar over ga uitweiden, val ik in herhaling en ik wilde het eigenlijk hebben over pubers.

Die wonen hier namelijk ook. Drie. Van de mannelijke soort. 15, 16 en bijna 18 zijn ze nu. Zo overzichtelijk als het dagelijks ritme hier ooit was, zo’n ongrijpbare chaos is het nu. Het begint al met het ontbijt waar we nooit meer tegelijk aan zitten. De een heeft het eerste uur vrij, de ander twee uur uitval en nummer drie gaat liever eerst naar de sportschool. In het weekend is de oudste zo laat thuisgekomen dat we hem beter kunnen laten slapen, was de jongste zo afgepeigerd dat we die ook maar laten liggen en is nummer twee helemaal niet thuisgekomen, die heeft ’s nachts ge-appt dat hij bij een vriend bleef slapen. De rest van de dag zien we elkaar niet of nauwelijks. Pubers komen uit school, en verdwijnen in hun kamer, bij voorkeur onder een koptelefoon. Soms doe ik nog een poging: Thee? Mwah, neu, hoeft niet. Vaak heb ik ze niet zien binnenkomen en blijken ze al uren in hun kamer te zijn terwijl ik me zorgen maak waar ze toch blijven.

Als ze tegen de avond honger krijgen komen ze af en toe kijken of het eten al klaar is. De fout die ik telkens maak is om, zodra ik er eentje in het vizier heb, hem meteen een klus te laten doen : de vuilniszak naar de kliko brengen, de tafel dekken, de honden eten geven, de houtkachel aan maken etc. Ze haten het dus ik vrees de dag dat zelfs honger ze niet meer naar de keuken drijft. Bij het avondeten hopen we nog eens tot een gesprek te komen maar dat is niet eenvoudig. Zolang er niets op de borden ligt zitten ze soms al wel aan tafel maar dan zijn ze youtube filmpjes aan het kijken, tientallen groepsgesprekken aan het bijhouden, updates aan het checken of zitten ze midden in een game. En negen van de tien keer is er iemand afwezig om reden: a. de sportschool die eind middag ineens lonkte b. een stageproject dat uitloopt of c. een onregelmatig baantje. Het eten is in no time naar binnen gewerkt zodat ze zo snel mogelijk weer van tafel kunnen.

We hadden hier een schema om de honden uit te laten. Twee keer per week per puber. Alleen om 17.00. Kort rondje. Ik kan het wel weggooien want er komt niks meer van terecht. Van wisselen hebben ze nog nooit gehoord, dus de beurt wordt simpelweg overgeslagen en vergeten. Die dure telefoons hebben heel functionele alarm instellingen en een perfecte agenda met reminders en geluidjes. Maar die gebruiken ze niet. Afspraken met ortho’s, trainingen, toetsen, rijlessen; het wordt nergens opgeslagen. Bellen doen ze er trouwens ook nooit mee. En dan zijn er nog zaken die keer op keer herhaald moeten worden: breng je was naar de wasmand, gooi de lege wc rol in de prullenbak, laat je schoenen niet in de woonkamer staan ’s nachts (dan eet de hond ze op), haal je tas uit de gang, zet geen lege melkpakken terug, etcetera. En dan de vrachten aan boodschappen die er doorheen gaan. Dagelijks moet ik naar de supermarkt, want er is altijd iets op waar “dringend behoefte” aan is; deo, wc papier, pindakaas…

Maar ik geloof dat ik nog niet mag mopperen. Ze doen het okee op school en op de studie, ze zijn gezond, ze hebben geen neiging tot coma-zuipen, spuiten of snuiven, ze twitteren niet, ze maken geen selfies, en in the end zijn ze gewoon hartstikke lief en leuk. Vandaag was de jongste ziek. Dan is het weer even zoals het was. Eentje die op de bank ligt in plaats van hangt, geen scherm voor zijn neus heeft, geen plannen in de war stuurt en zich lekker laat verwennen.

Follow

Gameverslaafd

Gisteren heb ik het licht gezien. Ik zette een nieuw boek op mijn e-reader en ontdekte dat ik daar nog zeker vier boeken op heb staan die ik nog niet heb ingekeken en een stel waar ik halverwege mee opgehouden ben. Dat komt omdat ik zelden nog lekker in een verhaal zit. En dat komt omdat ik al maanden, misschien zelfs al meer dan een jaar, verslaafd ben aan Wordfeud en Ruzzle.

Ik weet het, Wordfeud is allang niet meer populair, iedereen was er al lang mee gestopt, maar er bleef een kleine kern hardcore fans over en een daarvan ben ik. Vier medespelers had ik nog, die ik persoonlijk ken overigens, en op Ruzzle nog twee. Na elk spelletje, verloren of gewonnen, het deerde me eigenlijk helemaal niet hoe het afliep, ik drukte toch sowieso zo snel mogelijk op rematch. Elk verloren momentje legde ik een woord, maar met Ruzzle ben je maar liefst twee minuten in opperste concentratie en wee degene die je dan onderbreekt. Zeker in ronde 3 is het van levensbelang dat je ongestoord je letters aan elkaar kunt breien. Dus als de husband dan net na een week afwezigheid binnen kwam, moest ie toch echt even wachten, al was het een wereldreis waar ie van terugkeerde trouwens. Kwamen de kinderen van school met mooie cijfers danwel dikke onvoldoendes, ik hoorde het niet eens, mama zat even te Ruzzelen. En dan heb ik het niet eens over telefoons die niet meer beantwoord werden of postbezorgers die drie keer moesten aanbellen voor ik reageerde.

Maar het ergste is dus dat mijn hoogtepunt altijd in bed was. Mijn game moment, bedoel ik. Als alles gedaan was, iedereen te ruste lag en niets mij meer kon storen kon ik een tijd lang heerlijk in alle rust mijn spelletjes doen. Met een boeken verslindende man naast je is dat een prima tijdverdrijf. Van enige andere activiteit was dus geen enkele sprake meer, zo voor het slapen gaan. En van een goed boek lezen dus ook niet.

Ik dacht van mezelf dat ik niet verslavingsgevoelig was. Drank kan ik best een paar dagen laten staan, pakjes sigaretten liggen al jaren te verdrogen en ik kan heus wel een casino uit lopen als ik winst heb, denk ik. Maar die games zitten me eigenlijk al jaren te mindfucken. Toen de jongens nog heel klein waren, had ik Charlie ontdekt. Charlie was een eendje dat je door allerlei werelden vol obstakels moest loodsen. Behendigheid en snelheid met de pijltjestoetsen en de shiftknop,

Dat was de uitdaging. Het gebeurde heel regelmatig dat het eten in de keuken zwart stond te blakeren terwijl ik een verdieping hoger op mijn computer met Charlie naar de uitgang aan het zoeken was. Angry Birds waren ook een dikke hit met als grote voordeel dat ik ze overal mee naar toe kon nemen op mijn Iphone, dus ik kon voortaan naast het gasfornuis spelen. Daarna had je nog zo’n vogeltje dat met een rotgang over allerlei heuvels vloog, Tiny Wings, maar die frustreerde me mateloos in level 7.

Wordfeud was een goed alternatief voor al die infantiele troep, immers, het is Scrabble dus je moet echt wel nadenken. Maar als je op een gegeven moment lekker scoort met woorden als EH, met de H op 3 keer letterwaarde horizontaal én verticaal, of steeds weer QAT op drie keer woordwaarde, het enige Q woord waar geen U bij nodig is geloof ik, dan is van heel diep nadenken eigenlijk ook geen sprake meer.

Gisteren, ineens, vond ik de oplossing om mijn relatie en mijn intellect weer wat leven in te blazen. Weg ermee. Ik stuurde een resolute chat naar mijn medespelers en drukte toen op resign en delete. Terwijl ik dit schrijf krijg ik een bericht van mijn trouwste Ruzzle en Wordfeud vriendin: “Kom op Lies, gewoon ’s ochtends en ’s avonds een Ruzzeltje en dan stoppen, ik help je wel.” Yeah, right. Ik ben afvallig, ik weet het en het spijt me enorm, maar ik ga weer eens wat Iphone-loze uurtjes inlassen.

Follow