Select Page
Leven met een pup

Leven met een pup

Mijn husband en ik zijn niet te evenaren als het gaat om het nemen van belangrijke beslissingen. Daar wijden we meestal maar een paar regels tekst aan en aan bedenktijd doen we al helemaal niet. Twee weken na onze eerste kennismaking rukte hij een bos bloemen uit een vaas en ging op zijn knieën in een vol restaurant met allemaal vrienden erbij. Voor de vorm wendde ik wat twijfel voor want ja, dit was best raar, maar ik wist heus wel dat ik ja ging zeggen en nog met ‘m zou gaan trouwen ook. Gezinsuitbreiding ging als volgt: “Ik droom al een paar nachten dat ik zwanger ben. Volgens mij wil ik het gewoon. Wil jij het ook?” “Ja, we kunnen wel wachten maar waarom eigenlijk?” “Laat ik maar stoppen met de pil, misschien duurt het wel een jaar.” Een maand later zat ik met twee dikke strepen op een Predictor test.

Ongeveer zo ging het ook met de aanschaf van onze hond, drie weken geleden. Vier weken geleden liepen we door het bos. Samen, want puber jongens haten wandelen.  Mooi herfstweer, een onbekend bos, en wat andere mensen, MET hond. “Misschien, als wij ook een hond hebben, een speelse, eentje die echt lekker mee rent, dan willen de jongens ook weer mee naar een bos”, was het idee. Husband is opgegroeid met honden, ik ook, maar een eigen gezinshond was er nog niet van gekomen. Wel een parttimer; de hond van mijn vader kwam geregeld voor langere tijd logeren. Een schat van een beest, maar niet te porren voor een spelletje of een rondje hardlopen.

Thuis van de boswandeling gingen we apart van elkaar op internet op zoek naar leuke hondenrassen. Actief moest ie dus zijn, lief, niet al te groot en qua uiterlijk had ik ook wel een beeld. De Friese Stabij, De Drentse Patrijs, en de Border Collie bleven op de lijst staan. Husband, die zijn jeugd elk weekend en elke vakantie in Friesland doorbracht, had een voorkeur voor de Stabij. Sta-Me-Bij, wat een heerlijke naam, een hond die voor je werkt, die je troost in bange dagen, die de rotklussen opknapt (mollen en  muizen vangen) en je door dik en dun trouw blijft, wie wil dat nou niet. We hadden ook al wat nieuwgeboren hondjes gevonden. Om het idee wat kracht bij te zetten hebben we het de jongens verteld. Dan is er natuurlijk geen weg meer terug. Er dienden nog wat kleine twijfels overwonnen te worden: hoe zou het met de katten gaan? Gaat hij de kippen doodbijten? Hoe zou de hond reageren op in- en uitlopende B&B gasten? Wat doen we met hem de eerstvolgende reeds geboekte vakantie?

Welgeteld een dag erna stond ik ’s morgens de kippen te voeren, kwam er een Friese Stabij langs lopen. Ik heb de eigenaresse overvallen met vragen (ze woont gewoon in onze straat, nooit eerder opgemerkt), en toen was de knoop snel doorgehakt. Een nest dat al bij de moeder weg mocht was ook gauw gevonden en zo hadden we binnen een week na het idee, een hond.

Maar een hond is toch wat anders dan een pup. Daar hadden we allebei geen ervaring mee. Wel met baby’s, dus hoe moeilijk kon het zijn? Het leven met deze pup is dan ook een grote déjà-vu. Gebroken nachten, vroeg er uit ook in het weekend, honderd keer per dag met hond de tuin in of een rondje lopen, trainingscursus, spullen aanschaffen. Ruzie ook. “Waarom piept ie nou? Ik ga wel weer met hem naar buiten”. “Nee man, hij heeft gewoon honger.”” Ja maar gisteren moest ie ook meteen plassen toen ie wakker werd, en toen stond ik weer te dweilen” “Ik dweil wel tien keer per dag.”

Dat met die spullen is een wereld apart trouwens. Ik dacht dat een bench overbodig was, een doos was toch ook goed en later gewoon een mand. Maar die doos, daar sprong ie na twee dagen al uit, om lekker overal te plassen. Speeltjes vond ik ook onzin, maar nadat ie aan schoenen en sokken begon te knagen wemelt het hier van de botjes, piepballen en kauwsticks.  Sinds ik een hond heb zijn er twee nieuwe dieren speciaalzaken geopend, ik moet weerstand bieden, helder blijven.

Een boswandeling met hond EN de jongens is er nog niet van gekomen. Misschien was dat ook ijdele hoop. De oudste heeft niet zoveel met de hond, die trekt partij voor de katten, die vooralsnog een teruggetrokken leven leiden op de bovenverdieping. De andere twee gaan alleen met hem uit als het schema ze dat voorschrijft. Een schema ja, dat bleek ook nodig, om het ge-“ja-maar” te voorkomen.

We zien er niet uit, wallen onder de ogen -die deuken niet zo snel meer terug helaas- modderschoenen, makkelijke kleren, maar spijt hebben we niet. Weer of geen weer, we zijn veel vaker buiten, wandelen in deze omgeving is zeker geen straf, zoveel moois. En dat gekke beest verrast ons elke dag met z’n streken en zijn energie. Hij leert en groeit zoveel sneller dan een mensenkind, nog even en we hebben gewoon echt een hond.

Follow

Sssssssst!

Sssssssst!

Er was laatst een stel aan het ontbijt die mij vroegen hoe ik het voor elkaar kreeg dat onze drie jongens allemaal al naar school waren vertrokken en dat zij dat helemaal niet gehoord hadden. “Als onze dochters wakker zijn stampen ze door het huis en slaan ze met de deuren, dan heeft het nauwelijks zin meer om in bed te blijven liggen.”
Sja. Ik kon natuurlijk in details treden over de stressmomenten hier in huis, maar ik heb alleen verklapt dat ik waarschijnlijk ‘best streng’ ben.

Streng is mild uitgedrukt. Alles wat ook maar een beetje storend zou kunnen doorwerken naar de B&B kamer is gewoon verboden. Ja, mijn mannen lijden. Of hebben geleden. Inmiddels heb ik ze aardig getraind. In den beginne had ik echt zware stress als er een de trap af rende, als de garderobekast werd opengedaan (piept), als de garderobe kast werd dichtgedrukt (klemt, dus lawaai), als mijn man met schoenen aan over de parketvloer liep, als de poes te hard door het kattenluik vloog, als de jongens ruzie kregen, als er een schooltas op de grond werd gekwakt, als mijn man het waagde om de afwasmachine te gaan uitruimen, als ze de voordeur dicht lieten vallen, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het zweet liep mij dus bij het minste of geringste over de rug, terwijl ik het ontbijt maakte. Sissend en wild gebarend sloeg ik mij door de ochtend en ik kon pas opgelucht ademhalen als iedereen de deur uit was, of als ik merkte dat de gasten al wakker waren en absolute stilte niet meer noodzakelijk was.

Erg was het ook toen de gemeente besloot de oever te gaan renoveren. De oever van de Vecht ligt op nog geen vijf meter van het raam van de B&B, en ze kwamen met zwaar geschut. Graafmachines, pontons, zagen en heimachines. Nog erger was dat ze in alle vroegte begonnen, half zeven gingen de spotlights al aan en de radio op 538. Gelukkig had ik die weken voornamelijk zakelijke gasten; ‘vroege vogels’ en voor de latere had ik oordopjes. Sneuer was het toen een bruidspaar werd gewekt door een bladblazer en een elektrische heggenschaar van de overbuurman. Ik zou wel een bord in het dorp willen hangen “SSST”. Zodat geen enkele vrachtwagen hier meer langskomt, geen enkele plantsoenendienstman het nog waagt zijn kantjesknipper aan te zetten voor tien uur ’s ochtends.

Mijn overbuurvrouw belde laatst voor dag en dauw aan, ook een doodzonde trouwens, maar ze deed het gelukkig vrij voorzichtig -de pakketbezorger rukt altijd aan de trekbel alsof hij dóór die muur heen moet. Ik schrok van haar luide toon. Ze was niet boos of zo, ze praatte gewoon. Maar wij zijn inmiddels gewend om te fluisteren. Wij gaan fluisterend en op sokken door het huis als er gasten zijn. En hoewel ik geen idee heb of er ooit iemand last van ons heeft gehad toen we het ons nog niet eigen gemaakt hadden, is het heerlijk, die rust in huis. Ik zou het iedereen aanbevelen.

Follow