Select Page
Zullen we emigreren?

Zullen we emigreren?

Er zijn van die momenten in het leven dat de sleur zodanig is toegeslagen dat ik er radicaal uit wil breken. Vorige maand had ik het weer toen ik in een glossy magazine een prachtig landhuis te koop zag staan in Frankrijk, met notabene een gastenverblijf erbij met zes kamers, groot stuk land, boomgaard, de hele mikmak. Helemaal af, aan een riviertje, zwembad erbij. Voor een prijs waar je hier net een huis met garage voor kunt kopen. Dan kijk ik door het raam naar de grijze lucht met motregen en dan vraag ik me hardop af wat we hier in godsnaam nog doen?! Laten we gaan! Mijn man gaat daar heel lang in mee. We lezen het eens goed door, zoeken informatie op internet, slaan al aan het rekenen. Totdat ik merk dat hij helemaal niet weg wil. Dat hij mij alleen maar even in die waan laat. Heel verstandig van hem, want zo gaat het al jaren en het gaat steeds vanzelf weer over.

Op vakantie gebeurt het ook altijd. Deze zomer nog in Spanje stonden we likkebaardend voor de vitrine van de plaatselijke makelaar. We hadden van huis geruild, dus we leefden daar al echt, vonden we. Deden de boodschappen in de buurt, kookten zelf, lieten de hond uit. Maar wel onder een stralende zon, met bergen en strand in de buurt en een zwembad in de tuin. De Engelse makelaar stapte direct op ons af, wilde meteen met ons gaan bezichtigen, er was keuze genoeg. De hele costa is daar zo volgebouwd met voornamelijk leegstaande huizen dat je er voor een prikkie kunt kopen. Wat het dan ook weer onaantrekkelijk maakt. Bebouwing om je heen zonder bewoners heeft iets heel naargeestigs. Zit je daar op je berg zonder buren, of met steeds wisselende huurders. Dat bedenk je dan in die vijf minuten voor die vitrine en dan is het weer klaar. We doen het niet. Maar even ervan dromen kan geen kwaad.

Vlak voordat we een huizenruil met Canada gingen doen waren we iets serieuzer. Stel je voor dat al die ruimte en natuur daar echt heel aantrekkelijk is. Stel dat Vancouver inderdaad een geweldige stad is. Stel dat de jongens het daar ook fantastisch vinden? We hadden er een super huis, met een te gekke tuin waar ze serieus op konden voetballen, waar ze zelfs omheen konden fietsen. Waar ze met een buks konden schieten zonder dat er een buurman kwam zeuren. We hadden er een giga keuken en een hottub en een enorme pick-up truck. En we konden inderdaad in een paar uur naar de Rocky Mountains, of naar het strand, of naar de grote stad. En de bergen waren hoog en de meren blauw en de beren echt. Maar wilden we er wonen? Nee. Eigenlijk wisten we dat al heel snel. Zo’n hoeveelheid ruimte kan ook verlammend werken. We hadden nog maar een fractie van het hele land gezien maar de afstanden waren al zo groot en de natuur zo prachtig, hoe zou je hier ooit kunnen kiezen waar je wilde settelen? En wat we direct misten: een dorpskern, een stadscentrum met kleine straatjes, winkels, kerken en voetgangers. Kortom: gezelligheid.

We waren de enigen die op een groot winkelterrein lopend van de ene zaak naar de ander gingen. Er waren niet eens stoepen, alleen parkeerplaatsen. In feite zag je niemand op straat. Het restaurant waar we gereserveerd hadden bleek op een soort industrieterrein te liggen, ook al geen hond te bekennen, het leven daar werd geleefd achter deuren van auto’s en gebouwen. Nee, het gras was daar heus niet zoveel groener.

Canada wordt het dus niet. Het wordt denk ik sowieso niks meer met onze emigratiedromen. We zijn te laat. De jongens willen niet echt, en gaan al bijna hun eigen weg. Splitst je gezin ineens in tweeën. Komen ze nooit meer ‘even’  langs. Ik moet er niet aan denken. Bovendien; ik was dit weekend in de Rijp, in Noord-Holland. De zon scheen, er was een midwinterfeest aan de gang, het was één grote Anton Pieck ervaring, iedereen was vrolijk en als je op de dijk stond keek je uit over kilometers weiland. Prachtig is ons land! Prachtig, ruim én gezellig. En wat zeur ik eigenlijk, vanuit ons raam thuis zie ik regelmatig een grijze lucht maar ook bomen en een rivier en dat gastenverblijf is er ook al. Zo gaat het moment weer voorbij, lekker terug in de sleur. Er is niks mis met onze sleur.

Follow

Stilte en ruimte

Vandaag heb ik tijd om een uitgebreide wandeling te maken. Hond is al een poosje alleen in de nabije omgeving uit geweest en, hoewel erg mooi, is dat toch steeds ongeveer hetzelfde rondje. We hebben hier een zogenaamd hondenlosloopparkje met opruimplicht. Dat heb ik net op internet gezien. Op zoek naar een stuk natuur waar ik de hond los kan laten lopen, kom ik tot de ontdekking dat dit tot op de vierkante meter georganiseerd is in Nederland. Je hebt groenstrookjes waar de hond aangelijnd moet en waar je de drollen op moet ruimen, veldjes waar je hond los mag lopen maar met opruimplicht, en stukken bos of hei waar hij zowaar alles mag doen zonder dat er een dikke boete op staat.

We wonen net buiten Utrecht, in een klein dorpje aan de Vecht, tussen industriegebied A, snelweg B en de noordelijk randweg van de stad. Een klein paradijsje. Je kunt hier ongeveer een uur rondlopen en maar een paar auto’s tegen  komen, maar het verkeer is nooit ver weg. Je hoort altijd de snelweg, een trein of een lossend schip bij  het Amsterdam-Rijnkanaal. Alleen op zondagochtend, als er sneeuw ligt of als de wind uit het noordoosten komt, dan is het echt stil.

Ons jongste kind is 13 en wil het liefst later in New York wonen. Ik ben veertig plus maar kan me niet herinneren dat ik ooit in zo’n grote stad wilde wonen. Altijd mensen en lawaai om je heen, overal stenen en beton, weinig uitzicht. Ik heb er zelfs zo geen behoefte aan dat ik twee jaar geleden naar Amerika ben gevlogen, een tussenlanding heb gemaakt op New York en geen enkele aandrang voelde om het vliegveld te verlaten voor een bezoek aan de stad. Ik was namelijk onderweg naar stilte en ruimte. Met twee vriendinnen had ik een vakantie geboekt naar een afgelegen plek in Arizona met als enige doel: de natuur in op een paard. Een soort “Echte Meisjes Op de Prairie” maar dan anders. Lol hadden we in het vliegtuig, gelachen tijdens nachtelijke uren waarin we alledrie klaarwakker waren door het tijdsverschil, gegierd bij de met wijn doordrenkte diners, maar zodra we te paard zaten waren we stil. Zes uur per dag waren de paardenhoeven het enige geluid in een immens uitgestrekt landschap. Van canyons tot bergtoppen, van grasweides tot droge rivierbeddingen; we kwamen geen mens, geen auto, geen spoorweg, geen bordjes of hekken tegen. Alleen wij drieën  en een good old cowboy om de weg te wijzen. Een stuk of vier honden, die nog nooit in hun leven een halsband gezien hadden, renden soms al die uren met ons mee.  Stilte en ruimte, wat kan ik daar naar verlangen.

Het was een reis van vijfentwintig uur en ik wil niet eens meer herinnerd worden aan wat het kostte. Dus ik ga  nu maar naar de Hilversumse hei. Dat is vijfentwintig minuten rijden. Daar mag de hond los lopen en ik hoef er zelfs geen drol op te ruimen.

Follow